Auteursarchief: Marjolein

Over Marjolein

Oprichter De School Zandvoort: www.deschool.nl | Auteur Aan de slag, opleidingsontwerp HBO/MBO: http://bit.ly/jQDX6d

Lerarentekort of deeltijdprobleem?

Gaat het (toekomstige) lerarentekort over een tekort aan mensen of over
een deeltijdprobleem?
Als alle leerkrachten in het primair onderwijs per week 3 uur méér zouden werken, is het tekort ruimschoots opgelost*. En het biedt meer kansen: de bestaande deskundigheid wordt benut en er zijn voor deze variant geen werving en opleidingen nodig. Het bespaarde geld kan worden ingezet voor professionalisering, werkdrukvermindering en innovatie.

De rekensom:

  • er zijn 108.000 werknemers in het po
  • gemiddeld wordt er 40 weken per jaar gewerkt
  • 40 weken x 3 uur per week = 120 uur per jaar
  • 108.000 werknemers x 120 uur per jaar = 12.960.000 werkuren per jaar
  • 12.960.000 werkuren per jaar : 1.659 uur (= omvang fte) = 7.812 fte per jaar
  • 120 : 1.659 = 0,072 fte (dus een uitbreiding van 3 uur per week betekent een uitbreiding van de werktijdfactor van 0,072 fte)

In het artikel ‘deeltijdwerk kost 4.617 fte per jaar‘ wordt uitgelegd dat deeltijdwerk in zichzelf al extra uren kost doordat sommige werkbestanddelen evenveel tijd kosten, of je nu voltijds of in deeltijd werkt. Als voorbeelden worden scholing en overleg genoemd. Als een leerkracht zijn didactisch repertoire voor rekeninstructie wil uitbreiden dan kost dat bijvoorbeeld 20 uur leertijd. Of de leerkracht nu 40 uur per week werkt of 30 uur, zijn leertijd blijft 20 uur.

Naast dit ‘verlies’ van werktijd van leerkrachten kost deeltijdwerk ook meer uren voor
werkorganisatie. Stel een kleine school voor met 10 fte leerkracht die door 18 personen wordt ingevuld. Dit betekent – naast scholing en overleg – onder meer:
– 8x vaker functionerings-, loopbaan- en beoordelingsgesprekken
– complexere werkroosters
– 8x vaker verlofaanvragen (ouderschapsverlof, calamiteitenverlof, enz.)
– 8x vaker ziekmeldingen en regelen van vervanging, begeleiding bij ziekte/reïntegratie
– 8x vaker handelingen voor de personeels- en salarisadministratie

Deeltijdwerk vraagt ook meer dagelijkse afstemming tussen collega’s. Immers, leerlingen leren en leven door als de leerkracht er niet is. De leerkracht moet hier telkens op ‘aanhaken’ en dat kost tijd voor afstemming (overleg, inlezen in dagboeken ed.).

In onderwijs (en zorg) wordt veel vaker in deeltijd gewerkt dan in andere sectoren. De leertijd voor deze beroepen is lang en de relatie tussen professional en leerling/cliënt is gebaat bij continuïteit (minder versnippering); dat maakt dat deeltijdwerk in deze sector relatief duur is. Daarnaast is onderwijs arbeidsintensief: ruim 80% van het budget gaat naar personeelskosten.

Het bevorderen van grotere en voltijds dienstverbanden levert dus meer dan evenredige voordelen op en hier zou mijns inziens vol op moeten worden ingezet.

* Het lerarentekort is in 2017 in het po 533 en loopt naar verwachting op tot een tekort van 6.011 fte in 2022 (bron Kamerbrief 26 juni 2017). 3 Uur per week meer werken levert 7.812 fte op + extra.

Joseph Kessels: ‘geloof in eigen kunnen’

Je zou willen dat elke leerling een mentor heeft als Joseph Kessels. Op 3 oktober 2017 konden we van hem genieten bij De Balie in Amsterdam. Zijn lezing van ongeveer een uur is hier te zien.
Gerard Wegman heeft uitgebreid verslag gedaan van de avond.
Voorafgaand aan de avond besteedde NRC aandacht aan zijn gedachtengoed in dit artikel.

Zijn uitgebreide kennis en ervaring over leren in allerlei settingen past hij deze avond met name toe op het reguliere primair en voortgezet onderwijs. Elke zin bevat stof om over na te denken en met elkaar over te spreken. Zo ook zijn pleidooi voor een grotere diversiteit in formele uitkomsten en opbrengsten van reguliere onderwijsprogramma’s. Interessant is de dubbele toepassingsmogelijkheid: in onderwijsprogramma’s voor leerlingen en in arbeidsorganisaties voor leerkrachten en leidinggevenden.
De lezing verdient een plaats in lerarenopleidingen en school-studiedagen.

Uitspraken die indruk maakten:
‘Taak van school is om kinderen bloot te stellen aan gevarieerde en veilige ervaringen’.
‘Jongeren die uit het onderwijs vallen, vallen niet uit Nederland. Voor hen die uit het onderwijs vallen, is een leven lang leren, levenslang’.
‘Een school voor middelbaar onderwijs is vooral een fijne hangplek met gelijkgestemden’.
‘Na eindexamen boekentas in vlaggenmast is vorm van protest: dit nooit meer!’
‘Je kunt niet slim zijn tegen je zin’.
‘Je kunt alleen volledig verantwoordelijk zijn, als je er zelf voor hebt gekozen’.
‘Mensen zetten zich volledig in als je een beroep doet op hun bekwaamheid en je kunt alleen expert worden als je zelf het domein kiest’.
‘Het expertniveau bereik je met 10.000 uur oefenen, daarvoor zijn concentratie en discipline nodig. Die kun je alleen opbrengen voor een domein dat je zelf hebt gekozen’.

Aan het einde kwam uit de zaal de vraag ‘wat zou ik morgen op mijn school kunnen doen om uw gedachtengoed in de praktijk te brengen?’ Kessels verwees naar de vernieuwingsscholen die ervaringen hebben opgedaan. Zijn verwijzing wil ik graag aanvullen met twee concrete suggesties die een school min of meer morgen kan toepassen:

  1. Cijfers afschaffen
    Het afschaffen van het geven van cijfers voor toetsen en op rapporten is een breekijzer om formatieve toetsen de functie terug te geven waarvoor ze waren bedoeld: geven van informatie en feedback aan leerling over zijn ontwikkeling en aan leerkracht over zijn onderwijs.
    Scholen kunnen het geven van cijfers afschaffen voor alle toetsen behalve de eindtoets basisonderwijs en het eindexamen voortgezet onderwijs (die vallen onder wettelijk regiem).
    Cijfers hebben nadelen: ze bevatten geen inhoudelijke informatie over het leren van de leerling, ze vergelijken leerlingen met elkaar/de standaardnorm, in plaats van met je persoonlijke ontwikkeling en ze verleiden tot allerlei risicovolle toepassingen en analyses.
  2. Praktijkexperts als gastdocenten
    Breng de gevarieerde samenleving in de school, bijvoorbeeld door wekelijks/dagelijks praktijkmensen als gastdocent in te zetten.
    Nog meer van het gedachtengoed van Kessels is toe te passen in een reguliere school door een combinatie van thematisch onderwijs, persoonlijke leerplannen, excursies en gastdocenten. Hier vindt u een voorbeeld van activiteiten, excursies en gastdocenten uit een onderwijsprogramma van een basisschool (De School). Het betreft een programma van tien weken over het thema Communicatie.

Wettelijke versus aanvullende taak po | SEO Rapport

Op 28 juli 2017 verscheen het rapport ‘Een confrontatie tussen de eisen, kosten en bekostiging in het primair onderwijs’. Het rapport is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de PO-Raad. Het rapport vindt u hier.
De PO-Raad wilde graag weten of de bekostiging vanuit OCW toereikend is voor scholen om hun opdracht uit te voeren. De conclusie van SEO is: ‘Ja, de bekostiging is toereikend om te voldoen aan de wettelijke eisen maar niet om te voldoen aan de aanvullende eisen vanuit OCW en samenleving’.
SEO maakt een cruciale fout wat het hele rapport onbruikbaar maakt. Wat SEO namelijk als ‘aanvullende’ eisen beschouwt, zijn de minimale, wettelijke eisen.
SEO meet het voldoen aan de wettelijke eisen af naar het verkrijgen van het basisarrangement van de Onderwijsinspectie (OI). Dit is onjuist. De OI onderzoekt namelijk niet of scholen voldoen aan de wettelijke eisen. De OI onderzoekt op een selectie van die eisen, met name taal en rekenen. De OI onderzoekt bijvoorbeeld niet of alle leerlingen voldoende ontwikkelingsmogelijkheden krijgen in alle kerndoelen, op een passende manier in een ononderbroken ontwikkelingslijn. De OI onderzoekt eveneens niet of scholen voldoen aan de geratificeerde internationale verdragen zoals het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de Verklaring van Salamanca.
Wat SEO aanvullende eisen noemt, zijn aantoonbaar wettelijke eisen. Zo staan de 21e eeuws vaardigheden (blz. 10) al 30 jaar in de wettelijke kerndoelen evenals integratie en gezondheid. Burgerschapsonderwijs staat eveneens al jaren in diezelfde wet. Gepersonaliseerd onderwijs is ook een wettelijke opdracht, daar verwijst het ‘ononderbroken ontwikkelproces’ naar.
Als scholen aan de wettelijke eisen zouden voldoen, dan zou bovendien de lijst problemen,
gelinkt aan onderwijs, een stuk beperkter zijn.
Dit rapport brengt het primair onderwijs en vooral haar leerlingen schade toe.
Dat scholen zelf zeggen dat ze ‘gemakkelijk kunnen voldoen aan de wettelijke eisen’ vind ik het meest verontrustend.

Met moderne teamzeggenschap regie over werkdruk

Herneem als schoolteam de regie over werkdruk door ‘groot’ te denken. Werk met een jaar en klokuren in plaats van weken/dagen en lesuren. Met heldere getallen kun je duidelijke keuzes maken.

  • Een voltijds dienstverband in zowel po als vo is 1659 uur per jaar.
  • In het po geeft een leerkracht hiervan maximaal 930 uur les, 729 uur is voor ander werk.
    De verhouding lestijd-geen lestijd is dus 56%-44%.
  • In het vo geeft een leerkracht hiervan maximaal 750 uur les, 909 is voor ander werk.
    De verhouding lestijd-geen lestijd is dus 45%-55%.
    [De motie Van Meenen (die is aangenomen maar nog niet is geëffectueerd) verlaagt het aantal lesuren naar 20 per week. 20 lesuren = 16,66 klokuur. In het vo zijn er gemiddeld 37 lesweken. 37 x 16,66 = 616 uur. Van de 1659 uur wordt dan 616 uur lesgeven en 1043 uur niet-lesgeven.
    De verhouding lestijd-geen lestijd wordt dan 37%-63%.]

Suggestie: tel de niet-lestijd van het hele team op en maak daarvan een jaarplan met bestedingen. Dus niet versnipperd per persoon, per week, per dag, per les en voorkom het door elkaar gebruiken van les- en klokuren. Laat bij het maken van het plan ook de vaste normen even los. Het is bijvoorbeeld niet logisch dat een leerkracht Frans die met een uitgewerkte lesmethode werkt evenveel lesvoorbereidingstijd heeft als een leerkracht Economie die al zijn lessen zelf ontwikkelt.
Stel bij het invullen van het jaarplan steeds de vraag ‘draagt dit bij aan de ontwikkeling van onze leerlingen en wat gebeurt er als we het wel/niet doen?’ Hoeveel uren per jaar besteden we aan feesten, toetsen, lesvoorbereidingen, schoonmaak, professionalisering, excursies enz. en is dat de beste besteding ten behoeve van onze leerlingen?
Als er meer werk is dan tijd, maak ook dan keuzes op jaarbasis. Onderbouw als team deze keuzes en communiceer dit aan leerlingen, ouders, bestuur en buitenwereld.
‘Wij zijn een basisschool met 10 fte; we hebben ruim 7.000 uur niet-lestijd en komend jaar gaan we deze zó besteden’. [Het ligt overigens voor de hand om deze bestedingen te linken aan het schoolplan.]

Denk groot en maak grote keuzes: dit doen we wel en dit doen we niet. Met moderne teamzeggenschap begin je opgeruimd aan het nieuwe schooljaar en eindig je fris.

Deeltijdwerk kost 4.617 fte per jaar (scholing en overleg)

In het po wordt massaal in deeltijd gewerkt: 75% van de werknemers in po werkt in deeltijd en de gemiddelde deeltijdfactor is 0,6 (bron Stamos, 2015, afgeleid van BZK, 2015).
Er zijn 77.600 voltijdsbanen (fte) voor leerkrachten en die worden vervuld door 108.000 mensen (bron: CAOP).
In de discussie over het dreigende lerarentekort en de wens om hogere lonen wordt niet belicht dat deeltijdwerk in zichzelf kostbaar is. Dat heeft te maken met het verschil tussen vaste en variabele taken. De benodigde tijd is namelijk niet voor alle taken naar evenredigheid. Sommige taken vragen een vast aantal uren, onafhankelijk van het aantal uren dat een werknemer werkt.
De AOB maakte dit takenplaatje (bron AOB):
Schermafbeelding 2017-06-27 om 12.12.54
De taken ‘scholing’ en ‘overleg’ zijn voorbeelden van taken die een vast aantal uren vragen. Dus of een leerkracht nu 3 of 5 dagen werkt, scholing* kost hetzelfde aantal uren. Voor deeltijders maken deze bestanddelen dus een groter percentage uit van de werktijd.
Als we deze twee taken doorrekenen naar het hele po dan blijkt dat deeltijdwerk 7.904.000 uur ‘kost’. Tijd/geld die aan andere dingen besteed had kunnen worden indien iedereen voltijds zou werken.
De rekensom:

  • voor scholing en overleg is nodig 6,3 uur per week
    6,3 uur per week x 40 schoolweken = 252 uur op jaarbasis
  • totaal benodigde uren voor scholing en overleg per jaar bij alleen voltijders is:
    77.600 fte x 252 uur = 19.555.200 uur
  • totaal benodigde uren voor scholing en overleg per jaar bij huidig aantal deeltijders is:
    108.000 werknemers x 252 uur = 27.216.000 uur
  • extra kosten deeltijdwerk:
    27.216.000 – 19.555.200 = 7.660.800
  • omgerekend in fte:
    7.660.800 : 1659 uur (= aantal uren voltijdbaan) = 4.617 fte

Met hetzelfde landelijke budget zouden er dus 4.617 fte extra leerkrachten kunnen worden aangesteld om het werk te doen (werkdrukverlaging) dan wel zou er ruimte zijn voor een loonsverhoging van 6% voor elke leerkracht als er alleen voltijds dienstverbanden zouden zijn.
Ook de dreiging van het tekort aan leerkrachten wordt kleiner. Dit tekort is in 2017 in het po 533 en loopt naar verwachting op tot een tekort van 6.011 fte in 2022 (bron Kamerbrief 26 juni 2017).

Deze verkenning is niet alleen interessant op landelijk niveau, maar ook op bestuurs- en schoolniveau.

*Dat de CAO faciliteiten voor scholing ‘naar rato’ voorschrijft, is opmerkelijk. Alsof een deeltijder sneller leert dan een voltijder! Dat is natuurlijk niet zo. Integendeel. Een deeltijder heeft minder oefentijd in het werk en zal daardoor eerder meer dan minder tijd nodig hebben.

500 miljoen besparen is kwestie van tijd

Zittenblijven kost jaarlijks 500 miljoen. Om een idee te krijgen van hoeveel dat is: voor dat bedrag kunnen ruim 64.000 kinderen een jaar lang voortgezet onderwijs krijgen.
In Nederland blijft 45% van de kinderen minstens één keer zitten in basis – en voortgezet onderwijs. Met een zomerschool van twee weken, gaat 85% van de kinderen alsnog over. Met relatief weinig inspanning blijkt een jaar zittenblijven dus te voorkomen. En dit zouden scholen zomaar zelf kunnen organiseren. Namelijk door de zomerstop te beperken tot 6 weken in plaats van 9 weken. Feitelijk wordt er namelijk 9 weken geen les gegeven en daarmee worden 3 kostbare leerweken gemist. Kijk maar mee:

  • 5-7 t/m 12-7 proefwerkweek: 1 proefwerk per dag, geen les, geen hulp meer;
  • 13-7: geen les, cijfers ophalen;
  • 14-7: boeken inleveren;
  • 13-7 t/m 21-7: vrij, geen les, geen hulp of inhaalmogelijkheden, maar je mag niet op vakantie;
  • 21-7: cijfers persoonlijk ophalen; Leerplicht wordt ingelicht als je 21-7 niet voor 13 uur persoonlijk je cijferlijst hebt opgehaald.

Er is overigens ook geen mogelijkheid voor kind of ouder om met school te spreken over het rapport – maar dat is een ander verhaal. Zie een voorbeeld van een school-infobrief hier.
School begint weer op 4 of 5 september. Waarschijnlijk start het jaar met een vrije dag voor leerlingen (studiedag leerkrachten), de tweede dag is alleen voor het ophalen van het rooster en dan is het 6 september. Precies 9 weken na de laatste lesdag van het vorige schooljaar.

Onderwijstijd is iets anders dan leertijd. Leren gedijt bij een betere spreiding over het jaar. Feitelijk bestaat een schooljaar nu uit 37 weken; 15 weken kunnen niet benut worden. Door de onderwijstijd beter te spreiden kan er met dezelfde onderwijstijd meer geleerd worden. Bij de jaarplanning zou er meer gekeken kunnen worden naar leertijd in plaats van onderwijs- lees werktijd van docenten. 500 Miljoen is dan snel verdiend!

 

Risico’s en aandachtspunten IKC

Aan IKC’s kleven ook nadelen en risico’s. Hier vindt u een aantal. Er wordt veel geïnvesteerd in het vormen van ikc’s: samenwerkingsverbanden tussen school, opvang, peuterspeelzalen en andere organisaties die zich bezighouden met de ontwikkeling van kinderen. Samenwerking lijkt voor de hand liggend maar welke problemen worden eigenlijk opgelost? Zijn de op te lossen problemen ook belangrijk? Zijn er betere en/of goedkopere alternatieven? En, zoals gezegd, kleven er ook nadelen aan de IKC-panacee? Vragen die gesteld moeten worden bij grote investeringen in geld, tijd en middelen. Want de middelen zijn schaars en de noden van kinderen en samenleving groot.

45% blijft zitten en andere cijfers

Een overzicht van allerlei cijfers. Rijp en groen door elkaar en allen hebben te maken met leren en onderwijs. Bijvoorbeeld: meer dan 50% van de kinderen doorloopt de basis- en middelbare school niet binnen de nominale opleidingsduur. Het aantal zittenblijvers in funderend onderwijs is 45%, het aantal versnellers in po is 8% (vo kent geen versnellers), samen is dat 53%. Slechts 47% van alle kinderen rondt het traject po-vo dus af in de nominale opleidingsduur.
Dat is opmerkelijk. We hebben een standaard ontwikkeld waar één van de twee kinderen niet aan kan voldoen. Bij de lerarenopleidingen past de standaard zelfs 2 van de 3 studenten niet.
Als je alle afstroom en opstroom zou meetellen en praktijkonderwijs eraf zou halen (daar kun je namelijk niet blijven zitten) dan is het percentage kinderen dat het funderend onderwijs (dat bij hem/haar past qua potentieel) binnen de nominale opleidingsduur afrondt nog veel kleiner.
Laat staan als je alle studiehulp buiten school erbij zou betrekken: toetstrainingen, huiswerkbegeleiding, bijles, lente- en zomerscholen en niet te vergeten al die ouders die vele uren per week hun kinderen helpen met huiswerk maken. Zonder deze hulp zou slechts een heel klein deel van de kinderen het funderend onderwijs soepel doorlopen. Stel je voor dat bij werknemers de partners wekelijks moeten bijspringen om het werk te doen!
Voor alle onderstaande cijfers zou je vergelijkbare redeneringen kunnen opbouwen.

  • De Cito-eindtoets basisonderwijs meet 10-12 kerndoelen op één wijze (schriftelijk, gefragmenteerd en meerkeuze). Het leerlingvolgsysteem idem. Basisonderwijs moet gaan over 52 kerndoelen. Kinderen worden dus afgerekend op hun prestaties in 20% van de kerndoelen.
  • De Cito-eindtoets bestaat uit 200 vragen. Een leerling die scoort op vmbo-t-niveau kan ruim 80 van de 200 vragen niet (juist) beantwoorden.
  • Segregatie en kansen: huidige stelsels van onderwijs en kinderopvang houden segregatie en kansen-ongelijkheid in stand (bron ‘Staat van het Onderwijs’ Onderwijsinspectie, 2014-2015)
    IKC’s versterken segregatie en kansen-ongelijkheid (bron CPB, 2017)
    Harmonisatie ko en psz leidt (nog) niet tot ‘samen opgroeien’.
  • Gebruik: 40% van de kinderen van laagopgeleiden maakt geen gebruik van voorschoolse voorzieningen versus 8% hoogopgeleiden (bron ‘Gelijk goed van start’, SER, 2016)
  • Zittenblijven en versnellen
    45% blijft zitten in funderend onderwijs, in Havo-4 blijft 18% zitten (bron CPB)
    16% blijft zitten op basisschool
    8% versnelt op basisschool
    27% vd 15-jarigen is blijven zitten
    47% vd Havo-leerlingen is blijven zitten
    (kosten: € 500 mln per jaar; bron ‘IBO Effectieve leerroutes in funderend onderwijs’, 2015)
  • Afstroom: 7% Havo-3 stroomt af naar Vmbo (bron CBS)
  • Zorgleerlingen: 20% is zorgleerling (volgens scholen, bron Onderwijsraad)
  • 36.000 kinderen maakt gebruik van s(b)o (bron Rijksoverheid, 2015)
  • 8% heeft dyslexie; 32 per 1000 ontvangen behandeling hiervoor
  • 125.000 kinderen 6-18 jaar gebruiken Ritalin/methylfenidaat (= 4,5%)
    (bron Gezondheidsraad)
  • 13% van kinderen in basisschoolleeftijd maakte in 2016 gebruik van jeugdhulp, dat zijn 192.000 kinderen (bron Jeugdhulp 2016, CBS)
  • relatie jeugdhulp en funderend onderwijs? Percentages kinderen per leeftijdscategorie dat gebruik maakt van jeugdhulp: 3% < 4 jr, 13% 4-11 jr, 12% 12-17 jr, 1% > 17 jr. (maar jeugdhulp is in principe tot 18 jaar en kan eventueel worden voortgezet tot 23 jaar) (bron Jeugdhulp 2016, CBS)
  • in 2016 liepen 515.000 jeugdhulptrajecten (bron Jeugdhulp 2016, CBS)
  • in 2016 ontvingen 388.000 kinderen jeugdhulp; 159.000 meisjes en 219.000 jongens (bron Jeugdhulp 2016, CBS)
  • 18% vd 9-jarige autochtone kinderen ontvangt Jeugdhulp (bron Landelijke Jeugdmonitor 2016)
  • Armoede: 226.000 < 18 jaar leeft op bijstandsniveau; in Rotterdam 1 op de 6 kinderen (met name eenoudergezinnen)
  • 18% van de 15-jarigen is laaggeletterd (bron ‘PISA’, 2015)
  • pesten: 76% is betrokken bij pesten, 65% wordt gepest (bron SAQI)
  • toetsbelasting: in brugklas wordt kind ongeveer 150x beoordeeld met een cijfer op een honderdpuntsschaal
  • < 50% Hbo-studenten haalt diploma binnen 5 jaar, dat is al met 25% studievertraging
  • 35% van de studenten van de lerarenopleidingen haalt binnen 5 jaar een diploma (bron Staat van het Onderwijs 2015/2016)
  • 37% mbo’ers van > 18 jaar heeft schuld (bron Nibud 2016)
  • relatie opleiding en beroep: slechts 47% van de mannen en 29% van de vrouwen met een afgeronde technische opleiding heeft een technisch beroep (bron CBS 2016)
  • 16% van de afgestudeerden mbo, hbo en wo heeft spijt van de opleidingskeuze (bron UWV/ROA 2012)
  • van de kinderen met een dubbel vo-advies haalt 10% het hoogste advies daadwerkelijk (bron Staat van het Onderwijs 2015/2016)
  • 33% vd > 15-jarigen heeft beperkte gezondheidsvaardigheden. Gevolgen: 7 jaar korter leven en 19 jaar mindere gezondheid (bron WHO en Loket gezond leven-Rijksoverheid)
  • 87% van de leerkrachten in basisonderwijs is vrouw (in 2015), daarvan werkt 78% in deeltijd (bron Socioaal Economische trends 2016)
  • 75% van de werknemers in po werkt in deeltijd en de gemiddelde deeltijdfactor is 0,6 (bron Stamos, 2015, afgeleid van BZK, 2015)
  • De Kindertelefoon heeft in 2016 bijna 243.000 gesprekken gevoerd met kinderen tussen 8 en 18 jaar; het meest ‘populaire’ onderwerp waarover is pesten, hierover gingen ruim 23.000 contacten (bron Kindertelefoon Jaarverslag 2016)
  • 72% van de havisten en 65% van de mbo’ers haalt Hbo-opleiding niet in 4 jaar (bron CBS)

Ons onderwijs veroorzaakt naast welvaart ook verlies, teleurstelling en leed. Als we het zichtbaar maken, kunnen we het verminderen.

45% blijft zitten en andere cijfers

Bij verschillende werkzaamheden kom ik cijfers en verschijnselen tegen. Hieronder een overzicht. Rijp en groen door elkaar en bij elkaar geen vrolijk beeld.
Bijvoorbeeld: meer dan 50% van de kinderen doorloopt de basis- en middelbare school niet binnen de nominale opleidingsduur. Het aantal zittenblijvers in funderend onderwijs is 45%, het aantal versnellers in po is 8% (vo kent geen versnellers), samen is dat 53%. Slechts 47% van alle kinderen rondt het traject po-vo dus af in de nominale opleidingsduur.
Dat is opmerkelijk. We hebben een standaard ontwikkeld waar één van de twee kinderen niet aan kan voldoen.
Als je alle afstroom en opstroom zou meetellen en praktijkonderwijs eraf zou halen (daar kun je namelijk niet blijven zitten) dan is het percentage kinderen dat het funderend onderwijs (dat bij hem/haar past qua potentieel) binnen de nominale opleidingsduur afrondt nog veel kleiner.
Laat staan als je alle studiehulp buiten school erbij zou betrekken: toetstrainingen, huiswerkbegeleiding, bijles, lente- en zomerscholen en niet te vergeten al die ouders die vele uren per week hun kinderen helpen met huiswerk maken.
Stel je voor dat bij werknemers de partners wekelijks moeten bijspringen om het werk te doen!

Meer cijfers en verschijnselen:

  • Segregatie en kansen: huidige stelsels van onderwijs en kinderopvang houden segregatie en kansen-ongelijkheid in stand (bron ‘Staat van het Onderwijs’ Onderwijsinspectie, 2014-2015)
    IKC’s versterken segregatie en kansen-ongelijkheid (bron CPB, 2017)
    Harmonisatie ko en psz leidt (nog) niet tot ‘samen opgroeien’.
  • Gebruik: 40% van de kinderen van laagopgeleiden maakt geen gebruik van voorschoolse voorzieningen versus 8% hoogopgeleiden (bron ‘Gelijk goed van start’, SER, 2016)
  • Zittenblijven en versnellen
    45% blijft zitten in funderend onderwijs (bron CPB 2015/1)
    16% blijft zitten op basisschool
    8% versnelt op basisschool
    27% vd 15-jarigen is blijven zitten
    47% vd Havo-leerlingen is blijven zitten
    (kosten: € 500 mln per jaar; bron ‘IBO Effectieve leerroutes in funderend onderwijs’, 2015)
  • Afstroom: 7% Havo-3 stroomt af naar Vmbo (bron CBS)
  • Zorgleerlingen: 20% is zorgleerling (volgens scholen, bron Onderwijsraad)
  • 36.000 kinderen maakt gebruik van s(b)o (bron Rijksoverheid, 2015)
  • 8% heeft dyslexie; 32 per 1000 ontvangen behandeling hiervoor
  • 125.000 kinderen 6-18 jaar gebruiken Ritalin (= 4,5%) (bron Gezondheidsraad)
  • 10% ontvangt Jeugdhulp (bron Jeugdhulp 1e halfjaar 2016)
  • 18% vd 9-jarige autochtone kinderen ontvangt Jeugdhulp (bron Landelijke Jeugdmonitor 2016)
  • Armoede: 226.000 < 18 jaar leeft op bijstandsniveau; in Rotterdam 1 op de 6 kinderen (met name eenoudergezinnen)
  • 18% van de 15-jarigen is laaggeletterd (bron ‘PISA’, 2015)
  • pesten: 76% is betrokken bij pesten, 65% wordt gepest (bron SAQI)
  • Toetsbelasting: 11/12-jarige leerling in Atheneum 1 wordt in 37 weken 149x beoordeeld met een cijfer op een honderdpuntsschaal
  • < 50% Hbo-studenten haalt diploma binnen 5 jaar, dat is al met 25% studievertraging