Categorie archief: beroepsonderwijs

Strengere regels voor vrijwillige ouderbijdrage?

In het onderwijsblad van de AOB (Algemene Onderwijs Bond) van 18 juni 2016 pleiten de AOB en de SP voor aanscherping van de regels betreffende de vrijwillige ouderbijdrage die door scholen wordt gevraagd.
De kern van het betoog is: ‘onderwijs is een grondrecht en publiek gefinancierd onderwijs mag geen financiële drempels opwerpen’.
Niemand zal het oneens zijn met dit betoog. Echter, effectuering hiervan zal morrelen aan diezelfde grondrechten: het beperkt de innovatiekracht van scholen en de vrijheid van onderwijs. Daarnaast volstaan de huidige regels om vrijheid van schoolkeuze voor alle ouders en kinderen te beschermen.
De voorgestelde aanscherping houdt deze twee regels in:

  1. een maximering van de vrijwillige ouderbijdrage en
  2. het verbod dat de ouderbijdrage besteed wordt aan het verbeteren van het onderwijs.

In deze notitie een beschouwing op de mogelijke gevolgen hiervan.
Het artikel ‘Ouderbijdrage versterkt tweedeling’ van de AOB vindt u hier.
Het rapport ‘De vrijwillige ouderbijdrage in het primair onderwijs 2013/2014’ vindt u hier.

Opinie: wat is er wel en niet mis met competentiegericht onderwijs?

Vanaf 2010 dienen alle mbo-opleidingen competentiegericht onderwijs te verzorgen. Of dat een ingrijpende onderwijsvernieuwing is zoals velen beweren, staat te bezien want het gaat alleen om het opnieuw beschrijven van de beroepen waartoe wordt opgeleid met als doel beroepspraktijk en opleidingen dichter bij elkaar te brengen en leerlingen beter op te leiden. Die (nieuwe) beschrijvingen heten kwalificatiedossiers en zijn vastgesteld door vertegenwoordigers van onderwijsinstellingen, werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties.

Lees verder

Twee argumenten voor opdrachten in het onderwijs

We hebben twee belangrijke argumenten om opdrachten centraal te stellen in het onderwijs.

  1. Opdrachten fungeren als stuurmiddel
    Het leerproces is een zaak van de lerende. Het zijn de activiteiten van de lerende die tot gewenste leerresultaten leiden. Leren bestaat in alle gevallen uit iets doen, hoe eenvoudig dat doen ook kan zijn: luisteren, nadoen, lezen, oefenen, oplossen… De docent zorgt door middel van opdrachten er niet alleen voor dat leerlingen en studenten iets doen, maar dat het ook om doen gaat dat tot zinvol en bedoeld leren leidt. De inhoud van de opdrachten zorgt voor die zinvolheid, die inhoud is overwogen en afgeleid van de beroepstaken die geleerd willen worden. Opdrachten vormen dankzij die inhoud het middel bij uitstek waarmee de docent rechtstreeks het doen, en daarmee het leren van de leerling en de student, richting kan geven, vaak ook sturen genoemd. Waar opdrachten ontbreken, ontbreekt het sturingsmiddel.
  1. Opdrachten maken de betrekking helder
    De opdracht maakt de betrekking tussen docent en lerende honderd procent duidelijk. De docent geeft leiding en is verantwoordelijk voor de opdrachtgeving. De lerende ontvangt leiding en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdrachten. Er is niet de vaagheid die we in het begeleiden en het coachen aantreffen, waar het onhelder is wie nu precies op wat aan te spreken is en waar op uitsluitend goede bedoelingen vertrouwd wordt.
    De docent is opdrachtgever en daarmee is de betrekking tussen docent en lerende duidelijk en helder. Er is een scheiding van verantwoordelijkheden en er is niet sprake van een ‘gedeelde’ of ‘gemeenschappelijke’ verantwoordelijkheid. De docent spreekt student of leerling aan op het uitvoeren van de opdracht, de student of leerling spreekt de docent aan op de hulp die nodig is om de uitvoering te leren. Opdrachten maken mensen verantwoordelijk, zonder opdracht is er geen verantwoordelijkheid. Een verzoek (‘willen jullie voor volgende week deze opgave uitwerken’) of een vriendelijke suggestie (‘ik zou het fijn vinden als jullie voor volgende week deze sommen maken’) missen de ondubbelzinnigheid en de kracht van de opdracht. Opdrachten gaan goed samen met (toenemende) zelfstandigheid van de leerling en student. Al maken leerlingen en studenten hun eigen opdrachten, deze worden bekrachtigd in de overeenkomst tussen de docente en leerling of student.