Categorie archief: Geen categorie

Welk oordeel gaf Onderwijsinspectie over experimenteerscholen?

Het concept van De School was destijds aanleiding voor het experiment. Het experiment ging evenwel niet over het integrale concept maar slechts over een onderdeeltje daarvan, de onderwijstijd. Deze misslag van toen heeft nu desastreuze gevolgen. Bij slechts twee van de deelnemende scholen was de onderwijstijd onderdeel van een onderwijskundig concept, bedoeld om leerlingen beter onderwijs en meer kansen op ontwikkeling te geven. Duidelijk is dat de onderzoeksmethode die de onderwijsinspectie heeft toegepast (het bekende Toezichtkader), niet geschikt was om de meeropbrengsten van deze concepten in kaart te brengen. Er is een bestaand toezichtkader toegepast op nieuwe scholen. Die nieuwe scholen leverden nieuwe opbrengsten die niet ‘gezien’ konden worden met het oude kader. Het bestaande kader kon alleen meten of de nieuw schoolconcepten niet minder opleverden dan reguliere scholen. Het onderzoek heeft niettemin positieve uitkomsten laten zien voor deze scholen. Citaten uit het rapport van de Onderwijsinspectie over deze scholen (het ontbreekt in het rapport aan een bladzijdenummering, vandaar de verwijzing naar paragrafen):

  • Slechts één van de deelnemende scholen voldeed in 2014 aan alle randvoorwaarden. Bij deze school is sprake van een doordacht concept, goede leraren, goede aansturing door de directie en ondersteuning door het bestuur (voorwoord).
  • Eén school heeft ervaringen om naast het flexibiliseren van de onderwijstijd ook te werken met flexibele begin- en eindtijden. Dit heeft voordelen voor het bioritme van sommige leerlingen en geeft ouders de mogelijkheid de schooltijden aan te passen op hun werktijden. Daarnaast stelt het leraren in staat in kleine groepjes extra instructie of pre-teaching te geven. Voor deze school biedt het een goede mogelijkheid om passend onderwijs te geven (paragraaf 2.2, 4ebullit).
  • Een aantal scholen staat leerlingen toe meer onderwijsuren te maken dan het wettelijk minimum. (…) Door deze werkwijze krijgen leerlingen meer instructie- en verwerkingstijd (paragraaf 2.2).
  • Twee scholen die onderwijs en opvang hebben gecombineerd, hebben de onderwijstijd fors uitgebreid om zo een breder aanbod te kunnen bieden. Het is niet goed mogelijk vast te stellen of deze extra onderwijstijd effect heeft op de resultaten. De extra tijd wordt namelijk vooral besteed aan activiteiten waarvoor in de reguliere lessen geen tijd is. Wel profiteren kinderen van extra instructiemogelijkheden voor de reguliere lessen. In die zin zou de extra lestijd een gunstig effect kunnen hebben op de opbrengsten van de school (paragraaf 2.2).
  • Er zijn twee scholen die met volledig geïndividualiseerd onderwijs werken. Deze scholen doen dat door een forse uitbreiding van de onderwijstijd (…). Zij stellen leraren aan die verspreid over de dag lesgeven (paragraaf 2.3).
  • Eén school werkt vanuit sociocratische principes. Op deze school zijn beslissingen altijd gebaseerd op via dialoog verkregen consent en worden ouders en kinderen in hoge mate betrokken bij het samenstellen van het individuele leerplan van de leerlingen (paragraaf 2.3).
  • Eén school geeft ouders nadrukkelijk inspraak bij de samenstelling van het onderwijsprogramma van het kind (paragraaf 2.3).
  • Door het werken met flexibele begin- en eindtijden kunnen leerkrachten meer aandacht besteden aan leerlingen met extra onderwijsbehoeften. Deze werkwijze kan een dagelijkse verlichting betekenen van de extra inspanningen die passend onderwijs van veel scholen, leraren en leerlingen vraagt (paragraaf 2.4).
  • Twee scholen hebben op deze indicator de beoordeling goed gekregen. Beide scholen zijn gedurende 50 weken alle dagen open van 8.00 tot 18.00 uur. Alle leerlingen genieten hierdoor veel meer onderwijs dan de wet minimaal voorschrijft. Deze scholen zorgen er wel voor dat leerlingen ook voldoende vakantie krijgen (paragraaf 3.3).

Het eindrapport van de Onderwijsinspectie kunt u hier lezen.
Het eindrapport van Regioplan kunt u hier lezen. Hier vindt u informatie over de deelnemende scholen en de manier waarop zij hun onderwijstijd hebben geflexibiliseerd.

Het gaat om de kinderen …

Portretten van leerlingen van De School 

  • Ernstig ziek
    Cato van 8 jaar heeft taaislijmziekte. Elke ochtend komt iemand van Thuiszorg haar verzorgen. Haar sondevoeding neemt behoorlijk wat tijd. Als de schooldag stipt om half 9 zou beginnen, zou de wekker thuis om 6 uur moeten afgaan. Op De School kan Cato tot 10 uur binnenkomen. En als het verzorgen eens uitloopt, mist Cato niets. Dan belt ze naar school en gaat om 12 uur aan de slag met haar dagprogramma. Dit brengt rust in het gezin. Wanneer Cato naar het ziekenhuis moet voor controle of een dagbehandeling, pakt ze haar schoolwerk de dag erna weer op. Zo krijgt ze alle leertijd die ze nodig heeft, zonder onnodig gestress.
    Afgelopen voorjaar was Cato levensbedreigend ziek, ze lag zes weken in het ziekenhuis. Na haar herstel is het gezin eerst een weekje samen op vakantie gegaan om bij te komen. Eind mei is Cato weer rustig aan begonnen op school.
    Op een gewone school zou Cato door deze ziekteperiode een jaar hebben moeten overdoen, nu kon zij tijdens de zomer gewoon verder waar ze gebleven was.
  • Extra schooljaar
    Isabel kwam van een andere school, ze heeft dyslexie. Zij is jarig in september en zou dus 12 worden op de middelbare school. Haar CITO-eindtoets gaf een resultaat op kaderniveau vmbo.
    Isabel wil graag aan de slag in de modebranche; daarvoor heeft ze havo nodig. Ze koos ervoor om een extra jaar op De School te blijven, waarin ze heel gericht gewerkt heeft. Aan het eind van dat jaar haalde ze een CITO-score op havo-/vwo-niveau.
    Of een kind een ‘vroege’ of een ‘late’ leerling is, kan de schoolloopbaan behoorlijk beïnvloeden. De School heeft geen leerstofjaarklassensysteem; daardoor kan een kind desgewenst een extra jaar benutten, zonder ‘te blijven zitten’ of ‘een jaar over te doen’. Dit kan aanzienlijke winst opleveren.
  • ADHD
    Ischa van 10 heeft ADHD, hij heeft erg veel moeite zich te concentreren. Door de vijf leerplangesprekken per jaar, waarin hij, zijn ouders en de leerkracht kennis en ervaringen delen en bundelen, wordt zijn zelfkennis versterkt. Ischa krijgt steeds meer grip op wat hij nodig heeft om prettig te kunnen werken. Hij plant nu zelf zijn dagen en vult ze in zoals goed is voor hem: hij begint na binnenkomst met lezen, om even in te tunen op de schoolomgeving. Rekenen is voor Ischa het lastigst qua concentratie. Hij rekent daarom een tijdje in de ochtend en een tijdje in de middag. Hij weet steeds beter wat hij nodig heeft en wanneer hij hulp moet vragen. Ischa krijgt zo steeds meer zelf de regie over zijn leven.
    ADHD is niet te veranderen, maar Ischa heeft wel geleerd ermee om te gaan en gebruik te maken van zijn sterke kanten. Een van die sterke kanten is dat hij snel opmerkt of andere kinderen het moeilijk hebben. Hij biedt zo’n kind dan zijn hulp aan en stelt het op z’n gemak.
  • Gebrek aan zelfvertrouwen
    Brian van 12 heeft dyslexie, hij komt van een andere school. In groep 3 was hij blijven zitten, twee jaar later las hij nog steeds op het niveau van midden-groep 3. Hij vond zichzelf dom en koos in het begin altijd voor de makkelijkste opdrachten; zo weinig zelfvertrouwen had hij. Nu leest hij nog steeds weinig, maar is wel vastbesloten om een baan te krijgen met computers; hij wil geld verdienen. Op De School doet hij via de computer de bestellingen voor de gezamenlijke lunch. Als de vrachtwagen ’s morgens om 8 uur het eten komt afleveren, is Brian aanwezig om te helpen uitladen en te controleren of alles klopt.
    Als hij snapt waar hij het voor doet, is hij een harde werker. Het heeft een paar jaar geduurd om zijn draai te vinden. Hij wil nu een jaar extra op school blijven.
    Toen het niet goed ging op zijn vorige school, kreeg Brian het advies om naar het speciaal onderwijs te gaan. Nu wordt het waarschijnlijk vmbo-kader.
    Van de 125 kinderen die alles bij elkaar onderwijs hebben (gehad) op De School, zijn er nu 17 naar het voortgezet onderwijs gegaan, geen van hen ging naar het voortgezet speciaal onderwijs (stand 2013).
  • Bovengemiddeld slim
    Simone kwam als 8-jarige naar De School, nadat zij op haar vorige school haar leermotivatie helemaal was kwijtgeraakt. Haar ouders vermoedden dat ze onderpresteerde, de leerstof niet uitdagend genoeg was en ze vroegen om meer. De leerkracht vond dat Simone niet liet zien dat ze meer aan zou kunnen. Bij een test bleek zij hoogbegaafd te zijn.
    Op De School kon Simone laten zien wat ze in huis had. In haar persoonlijke leerplangesprekken gaf zij aan met welke eigen onderzoeksvragen zij binnen het thema aan de gang wilde. Ze legde de lat daarbij behoorlijk hoog. Verder kreeg – en nam – zij een flinke rol bij de eindpresentaties van thema’s. Haar leerkracht suggereerde voor Simone de rol van gastdocent bij de jongere kinderen. Samen met een leerkracht bereidde ze lessen voor en gaf die daarna ook. Zo werd zij tegelijkertijd inhoudelijk uitgedaagd en ingezet als expert, waarbij haar ‘juf’-kwaliteit werd aangesproken. Zo werd Simone weer gemotiveerd om haar capaciteiten te gebruiken.
    In de tienwekelijkse persoonlijke leerplangesprekken werd aangekaart dat ook rekentoetsen erbij horen in het onderwijs, die worden in deze maatschappij nu eenmaal belangrijk gevonden. En dan werd besproken hoe Simone dacht dat aan te pakken.
    Als je maatwerk-onderwijs levert, maakt het niet uit hoe snel een kind leert; binnen het thema kan elk kind op het eigen niveau werken en de eigen kwaliteiten benutten. Zo is het ook niet nodig dat bovengemiddeld slimme kinderen een klas overslaan of heel jong naar het voortgezet onderwijs vertrekken.
  • Spierziekte
    Torsten 10 jaar, heeft een spierziekte waardoor zijn belastbaarheid beperkt is. Hij is een jongen met veel capaciteiten die voorheen op een cluster 2 school zat. Omdat hij graag regulier middelbaar onderwijs op vwo-niveau wil gaan volgen en een grote interesse heeft voor de wereld om zich heen, is hij bij ons op school gekomen. Hij komt vlak voor 10 uur op school omdat hij ’s morgens veel tijd nodig heeft om op te starten; tussen 13 en 14 uur heeft hij een rustuur waarin hij zich terugtrekt met een themaboek en gaat lezen. Afhankelijk van zijn pijncijfer is dat rustuur korter of langer. Zo nodig neemt hij ook nog een pijnstiller. Hij blijft tot 16 of 17 uur op school omdat het dan rustiger is. Elke week schrijft hij zich een paar keer in voor één op één tijd met de leerkracht. Dat kan omdat er ’s middags meer leerkrachten zijn en dus meer tijd voor individuele leerlingen. De leerkracht geeft hem individuele instructie en helpt hem met zijn planning en past indien wenselijk zijn werk(week) aan.
    Als ze naar de gym gaan, gaat hij op zijn elektrische fiets – doordat hij nu in zijn eigen dorp op school zit, kan hij op zijn elektrische fiets naar school wat erg goed is voor de conditie van zijn spieren.
    Tijdens de diverse thematische gastlessen na 14.00 uur heeft hij kennis gemaakt met de schermsport en die blijkt goed bij hem te passen. Dit doet hij nu ook in zijn vrije tijd en daar kan hij zijn schooltijden op aanpassen. Daarvoor was dat lastig te regelen omdat hij laat thuis was van school in verband met leerlingenvervoer naar het speciaal onderwijs. Bij excursies gaat zijn rolstoel mee. De kinderen van zijn groep houden hier rekening mee en helpen hem waar nodig. Zo leren kinderen omgaan met verschillen (inclusieve samenleving/burgerschap).
  • Uithuisplaatsing
    Marit, 7 jaar, heeft een moeilijke thuissituatie, een heftig verleden en er is via meerdere instanties hulp in het gezin. Doordat de ouders het tijdelijk niet aankunnen, wordt er een vrijwillige uithuisplaatsing geregeld. De pleegouders wonen in een andere gemeente (25 km verderop) en kunnen niet het vervoer van Marit naar en van school regelen. Marit zou van school moeten veranderen, tijdelijk, in de toch al moeilijke situatie. Door meerdere gesprekken (10-weekse gesprekken) met school, ouders en hulpverlening en de mogelijkheden van de school met ruime en flexibele tijden kan Marit tot 18 uur op school blijven en tot 10 uur worden gebracht. De School zorgt ervoor dat er vervoer geregeld wordt door een ander gezin van de school (wat een ouderbetrokkenheid!).
    Deze eenvoudige voorziening: leerlingenvervoer voor 2x 25 km per dag gedurende 6 weken, bleek niet te regelen via jeugdzorg-instanties. Een tijdelijke verandering van school zou voor Marit in haar toch al moeilijke situatie tot groot extra leed hebben geleid.
    Doordat we dit zelf hebben geregeld kon Marit in november/december – met alle eindejaarsfeesten – gewoon op haar vertrouwde school blijven en meedoen met de festiviteiten samen met haar eigen groep en leerkrachten.
  • Gescheiden ouders
    De ouders van Nestor gaan scheiden. Zij bespreken dit ook in het 10-weekse gesprek. Doordat deze gesprekken elke 10 weken gehouden worden, is hier voldoende vertrouwen voor. Er wordt besproken hoe dat het ‘beste’ voor Nestor kan worden geregeld. Afgesproken wordt dat de ouders het in het weekend vertellen en dat het team op de hoogte is en hem maandag kan opvangen, tijd voor Nestor kan maken als dat wenselijk is. Besloten wordt dat Nestor voorlopig lange dagen naar school gaat. Hij voelt zich daar prettig, thuis is het nu niet fijn en zo hebben zijn ouders ruimte en tijd om oplossingen te bedenken voor hun problemen. Op school is er extra tijd voor hem in de middag en de leerkracht met wie hij het beste contact heeft, gaat ’s middags met hem aan de slag. Als hij een tekening heeft gemaakt over de scheiding en hoe de nieuwe situatie er voor hem uit komt te zien is daar tijd en aandacht voor en wordt dit ook besproken met de ouders in het 10-weekse gesprek. Doordat er tijd genoeg is, kan er besloten worden om het “school”werk even op een laag pitje te zetten en de prioriteit te leggen bij zijn welbevinden en verwerking/aanpassing aan de veranderde situatie. Als ouders zaken moeten regelen, kunnen ze dat doen als Nestor lekker op school is. Zij hoeven geen andere opvang of oplossingen in de middag of de schoolvakanties te regelen. Voor Nestor blijft de school zijn vertrouwde en onveranderde, veilige plek.

Deze portretten zijn van leerlingen die De School hebben bezocht sinds 2008. De eerste vijf zijn opgetekend door Carla Desain (@carlamondig) voor publicatie in het blad De Nieuwe Leraar.

Minister stopt experiment flexibilisering onderwijstijd

Op 2 april 2019 heeft minister Slob een brief aan de Kamer gestuurd waarin hij meedeelt dat hij het experiment flexibilisering onderwijstijd stopt. De brief kunt u hier lezen.
Voor het concept De School ontstaat nu een bizarre situatie. De School is in 2008 gestart met een nieuw, integraal onderwijsconcept ‘gelijke kansen door ongelijk onderwijs’, waarbij méér tijd de sleutelfactor is. Het concept overtrad de wet maar was wél een antwoord op hardnekkige onderwijsproblemen. Kamerleden stelden vragen en in 2011 werd een experiment gestart vanwege het concept van De School. In alle onderzoeken en Kamerbrieven die daarna volgden, is De School positief opgevallen. De School maakte waar wat ze beoogde: hardnekkige problemen werden daadwerkelijk opgelost. Het experiment werd opengesteld voor meerdere scholen. Een deel van die scholen zijn onderwijstijd gaan flexibiliseren vanwege andere dan onderwijskundige redenen. Zij zijn minder gunstig uit het onderzoek gekomen. Daarom wordt het experiment niet voortgezet en komt er geen nieuwe wetgeving. Dat is op zichzelf begrijpelijk maar het is onbegrijpelijk dat daardoor het concept van De School niet verder zou kunnen. De oplossingen en kennis zouden daarmee verloren gaan terwijl er tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in onderzoek om oplossingen voor problemen te vinden die dit concept allang aantoonbaar heeft gevonden. Dit is niet uit te leggen.

Opbrengsten die De School onbetwist heeft gerealiseerd:

  • 2.500 uur onderwijstijd in plaats van 940 uur, met volledig flexibele school-, vakantie- en opvangtijden
  • volledig passend onderwijs, voorkomen van stigmatisering, geen uitstroom meer naar s(b)o, geen zittenblijven
  • grotere kansengelijkheid, voorkomen van vroegselectie, geen ‘zonnen, manen en sterren’, geen plus- en klusklassen
  • zeer rijk en actueel onderwijsaanbod
  • geen gezinsstress
  • 100% ouderbetrokkenheid
  • aantrekkelijk takenpakket leerkracht met medezeggenschap ++

Wil je meer lezen over wat De School heeft bereikt? Lees hier de top tien oplossingen van De School (link werkt).

De misslag rond het experiment

Het lijkt alsof er in de laatste fase van de experimenteer-periode iets is misgegaan. Dat blijkt ook uit de Kamerbrief van vandaag. De brief verwijst naar een Kamerstuk d.d. 16 januari 2015 en haalt dit aan met ‘het experiment beoogde de aansluiting van werk en privé te bevorderen’. Dit is onjuist. Het experiment volgde op Kamervragen uit 2009 en 2010 waarna minister Van Bijsterveldt in 2011 De School, vanwege haar concept experimenteerruimte wilde bieden. Dat zijn twee totaal verschillende motieven.

Citaat uit de Kamerbrief van 6 april 2011 (286180):
Experiment flexibilisering onderwijstijd
Tijdens de recente begrotingsbehandeling heb ik op verzoek van de Kamer toegezegd De School in Zandvoort experimenteerruimte te bieden op het terrein van onderwijstijd. De reden dat De School experimenteerruimte wil, heeft te maken met het concept van De School. Als onderdeel van een gecombineerd aanbod van onderwijs en kinderopvang is De School 50 weken per jaar open. Onder de huidige regelgeving mag het onderwijs tijdens de verplichte zomervakantie niet meetellen voor de minimale onderwijstijd. 

We zijn inmiddels 11 jaar verder sinds de start van De School. De ambtenaren en bewindvoerders van nu zijn anderen dan destijds. Het lijkt alsof men niet meer goed de start en de geschiedenis voor ogen heeft.

Meer ruimte voor nieuwe scholen (art. 23 Grondwet)

In 2012 heeft de Onderwijsraad advies uitgebracht over de werking van art. 23 Grondwet met daarbij suggesties voor modernisering (zie hier voor de het adviesrapport). Art. 23 gaat over onze vrijheid van onderwijs. De vrijheid voor ouders om eigen scholen te stichten en het recht op gelijke bekostiging van openbaar – en bijzonder onderwijs. De vrijheid uit de grondwet staat in schril contrast met de werkelijkheid: het stichten en daarna instandhouden van scholen is bijna onmogelijk en daardoor worden er bijna geen nieuwe scholen gesticht (een handjevol per jaar en daarvan haalt slechts een klein deel een zelfstandig bestaan langer dan vijf jaar). Een van de oorzaken hiervan is het begrip ‘richting’ (levensbeschouwing of algemeen).
De afgelopen twee jaar heeft het ministerie van OCW nieuwe wetgeving voorbereid. Niet geïsoleerd vanuit het Haagse kantoor, maar in samenspraak met vele mensen uit het hele land. Medewerkers van het ministerie hebben tijdens diverse gesprekken en conferenties alle denkbare input gekregen om een wetsvoorstel te maken dat meer ruimte geeft aan nieuwe scholen is én het hele stelsel overeind houdt. Het voorstel ligt momenteel bij de Raad van State.
Het wetsvoorstel lost de belemmeringen van het begrip ‘richting’ op: voortaan mogen er ook scholen worden gesticht op grond van pedagogisch- en onderwijskundige opvattingen in plaats van op levensbeschouwelijke grondslagen. Er zijn echter ook andere belemmeringen bij het stichten van een school, zoals de hoge stichtingsnorm (= minimaal aantal leerlingen) en het moeizaam verkrijgen van huisvesting. In het artikel van de Landelijke Vereniging van Onderwijsadviseurs van de VNG kunt u hierover meer lezen. Het artikel vindt u hier.

Mark Rutte: ‘Ik zou het vuur redden’

In 2005 publiceerde Scienceguide een essay van Mark Rutte. Een verhaal over vuur, passie, betrokkenheid en onderwijs als ‘hofleverancier van sociale cohesie’. Een oproep om onderwijs de hoofdrol te laten spelen waar het gaat om het inspireren van de volgende generatie. School als plek waar een brug gebouwd wordt tussen individuele en gemeenschappelijke belangen. Dit stuk was een belangrijke bron van bemoediging in de ontwerpfase van De School.
Het essay is hier te lezen.