Deeltijdwerk kost 4.617 fte per jaar (scholing en overleg)

In het po wordt massaal in deeltijd gewerkt: 75% van de werknemers in po werkt in deeltijd en de gemiddelde deeltijdfactor is 0,6 (bron Stamos, 2015, afgeleid van BZK, 2015).
Er zijn 77.600 voltijdsbanen (fte) voor leerkrachten en die worden vervuld door 108.000 mensen (bron: CAOP).
In de discussie over het dreigende lerarentekort en de wens om hogere lonen wordt niet belicht dat deeltijdwerk in zichzelf kostbaar is. Dat heeft te maken met het verschil tussen vaste en variabele taken. De benodigde tijd is namelijk niet voor alle taken naar evenredigheid. Sommige taken vragen een vast aantal uren, onafhankelijk van het aantal uren dat een werknemer werkt.
De AOB maakte dit takenplaatje (bron AOB):
Schermafbeelding 2017-06-27 om 12.12.54
De taken ‘scholing’ en ‘overleg’ zijn voorbeelden van taken die een vast aantal uren vragen. Dus of een leerkracht nu 3 of 5 dagen werkt, scholing* kost hetzelfde aantal uren. Voor deeltijders maken deze bestanddelen dus een groter percentage uit van de werktijd.
Als we deze twee taken doorrekenen naar het hele po dan blijkt dat deeltijdwerk 7.904.000 uur ‘kost’. Tijd/geld die aan andere dingen besteed had kunnen worden indien iedereen voltijds zou werken.
De rekensom:

  • voor scholing en overleg is nodig 6,3 uur per week
    6,3 uur per week x 40 schoolweken = 252 uur op jaarbasis
  • totaal benodigde uren voor scholing en overleg per jaar bij alleen voltijders is:
    77.600 fte x 252 uur = 19.555.200 uur
  • totaal benodigde uren voor scholing en overleg per jaar bij huidig aantal deeltijders is:
    108.000 werknemers x 252 uur = 27.216.000 uur
  • extra kosten deeltijdwerk:
    27.216.000 – 19.555.200 = 7.660.800
  • omgerekend in fte:
    7.660.800 : 1659 uur (= aantal uren voltijdbaan) = 4.617 fte

Met hetzelfde landelijke budget zouden er dus 4.617 fte extra leerkrachten kunnen worden aangesteld om het werk te doen (werkdrukverlaging) dan wel zou er ruimte zijn voor een loonsverhoging van 6% voor elke leerkracht als er alleen voltijds dienstverbanden zouden zijn.
Ook de dreiging van het tekort aan leerkrachten wordt kleiner. Dit tekort is in 2017 in het po 533 en loopt naar verwachting op tot een tekort van 6.011 fte in 2022 (bron Kamerbrief 26 juni 2017).

Deze verkenning is niet alleen interessant op landelijk niveau, maar ook op bestuurs- en schoolniveau.

*Dat de CAO faciliteiten voor scholing ‘naar rato’ voorschrijft, is opmerkelijk. Alsof een deeltijder sneller leert dan een voltijder! Dat is natuurlijk niet zo. Integendeel. Een deeltijder heeft minder oefentijd in het werk en zal daardoor eerder meer dan minder tijd nodig hebben.