Lerarentekort of deeltijdprobleem?

Gaat het (toekomstige) lerarentekort over een tekort aan mensen of over
een deeltijdprobleem?
Als alle leerkrachten in het primair onderwijs per week 3 uur méér zouden werken, is het tekort ruimschoots opgelost*. En het biedt meer kansen: de bestaande deskundigheid wordt benut en er zijn voor deze variant geen werving en opleidingen nodig. Het bespaarde geld kan worden ingezet voor professionalisering, werkdrukvermindering en innovatie.

De rekensom:

  • er zijn 108.000 werknemers in het po
  • gemiddeld wordt er 40 weken per jaar gewerkt
  • 40 weken x 3 uur per week = 120 uur per jaar
  • 108.000 werknemers x 120 uur per jaar = 12.960.000 werkuren per jaar
  • 12.960.000 werkuren per jaar : 1.659 uur (= omvang fte) = 7.812 fte per jaar
  • 120 : 1.659 = 0,072 fte (dus een uitbreiding van 3 uur per week betekent een uitbreiding van de werktijdfactor van 0,072 fte)

In het artikel ‘deeltijdwerk kost 4.617 fte per jaar‘ wordt uitgelegd dat deeltijdwerk in zichzelf al extra uren kost doordat sommige werkbestanddelen evenveel tijd kosten, of je nu voltijds of in deeltijd werkt. Als voorbeelden worden scholing en overleg genoemd. Als een leerkracht zijn didactisch repertoire voor rekeninstructie wil uitbreiden dan kost dat bijvoorbeeld 20 uur leertijd. Of de leerkracht nu 40 uur per week werkt of 30 uur, zijn leertijd blijft 20 uur.

Naast dit ‘verlies’ van werktijd van leerkrachten kost deeltijdwerk ook meer uren voor
werkorganisatie. Stel een kleine school voor met 10 fte leerkracht die door 18 personen wordt ingevuld. Dit betekent – naast scholing en overleg – onder meer:
– 8x vaker functionerings-, loopbaan- en beoordelingsgesprekken
– complexere werkroosters
– 8x vaker verlofaanvragen (ouderschapsverlof, calamiteitenverlof, enz.)
– 8x vaker ziekmeldingen en regelen van vervanging, begeleiding bij ziekte/reïntegratie
– 8x vaker handelingen voor de personeels- en salarisadministratie

Deeltijdwerk vraagt ook meer dagelijkse afstemming tussen collega’s. Immers, leerlingen leren en leven door als de leerkracht er niet is. De leerkracht moet hier telkens op ‘aanhaken’ en dat kost tijd voor afstemming (overleg, inlezen in dagboeken ed.).

In onderwijs (en zorg) wordt veel vaker in deeltijd gewerkt dan in andere sectoren. De leertijd voor deze beroepen is lang en de relatie tussen professional en leerling/cliënt is gebaat bij continuïteit (minder versnippering); dat maakt dat deeltijdwerk in deze sector relatief duur is. Daarnaast is onderwijs arbeidsintensief: ruim 80% van het budget gaat naar personeelskosten.

Het bevorderen van grotere en voltijds dienstverbanden levert dus meer dan evenredige voordelen op en hier zou mijns inziens vol op moeten worden ingezet.

* Het lerarentekort is in 2017 in het po 533 en loopt naar verwachting op tot een tekort van 6.011 fte in 2022 (bron Kamerbrief 26 juni 2017). 3 Uur per week meer werken levert 7.812 fte op + extra.