Vervolg: crisisplan eindexamens in 11 stappen

LET OP!! DIT IS EEN PERSOONLIJK BLOG. DE OFFICIËLE EN ACTUELE INFORMATIE OVER EXAMENS WORDT GEGEVEN DOOR HET COLLEGE VOOR TOETSEN EXAMENS EN VINDT U HIER.

Het is 21 maart 2020. De scholen in basis- en voortgezet onderwijs zijn één week dicht. De opvang van kinderen van ouders die werken in vitale beroepen lijkt goed geregeld. Scholen hebben een onwaarschijnlijke prestatie geleverd wat betreft het inrichten van afstandsonderwijs. Maar er is ook onrust, met name over eindexamens en onderwijs aan kansarme kinderen. Dit blog gaat over de eindexamens. Ook een crisisaanpak kan genuanceerd zijn en recht doen aan zoveel mogelijk belangen, al is het complex. Hopelijk bevat dit voorstel aanknopingspunten voor een maatregel waar iedereen goed mee kan leven, al is het voor niemand meer ideaal.

Stand van zaken zaterdag 21 maart 2020
Momenteel is het beleid dat alle schoolexamens doorgang moeten hebben. Het centraal landelijk examen is nog niet uitgesteld of geannuleerd. Dat roept onrust op omdat weinigen geloven dat we in Nederland begin mei ruim 200.000 leerlingen kunnen examineren in elf dagen op een besmettingsvrije wijze. Er is ook onrust vanwege het zwabberende beleid:
12 maart: overheidsbeleid: scholen blijven open;
13 maart: overleg PO-Raad, VO-Raad en OCW: scholen blijven open maar mogen eigen beleid voeren;
15 maart: overheidsbeleid: scholen sluiten met ingang van 16 maart;
17 maart: overheidsbeleid: scholen moeten school- en praktijkexamens toch mogelijk maken al dan niet in aangepaste vorm, met of zonder instemming om het PTA te wijzigen.

Onrust en onduidelijkheid
Er is onrust bij leerlingen (ik wil graag examen doen of juist niet, kan ik naar een vervolgopleiding of gaan werken, een tussenjaar nemen, ik ben bang iemand te besmetten of zelf besmet te raken), ouders (hoe moet ik mijn kind adviseren en begeleiden, loopt het risico?), leerkrachten (hoe organiseer ik het allemaal, loop ik of mijn huisgenoot risico, hoe borg ik de validiteit en betrouwbaarheid van mijn examen) en scholen (hoe geef ik leiding aan mijn team, hoe moet ik kiezen tussen ethische dilemma’s) in zowel voortgezet onderwijs als vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo).
De meeste onrust is er natuurlijk vanwege de gezondheidsrisico’s. Die onrust is invoelbaar omdat het dóórgaan van examens op gespannen voet staat met het RIVM-advies ‘blijf thuis!’. Het RIVM geeft ook adviezen voor als er noodzaak is om naar buiten te gaan, maar de vraag is of het doen van eindexamen een noodzaak is – in het perspectief van ziekte en dood. Verder is het voor scholen complex om de adviezen van het RIVM gegarandeerd en bij elk (school)examen na te leven teneinde de veiligheid van iedereen te waarborgen, het gaat zomaar om 1-2 miljoen examenmomenten. De veiligheid is niet alleen in de scholen een probleem. Ook onderweg naar de scholen en op de schoolpleinen. De VO-Raad roept scholen op om creatief te zijn maar creativiteit levert ook stress op en staat mogelijk op gespannen voet met validiteit en betrouwbaarheid van schoolexamens. ‘Maatwerk’ is tevens een bron van ongelijkheid en meningsverschillen.

Eindexamens, een crisisalternatief in 11 stappen
Het gaat over >200.000 leerlingen, 1454 scholen voor voortgezet onderwijs, tientallen instituten voor vervolgonderwijs en een aanzienlijk maatschappelijk belang (diploma’s hebben een maatschappelijke waarde en er zijn rechten aan gekoppeld, denk bijvoorbeeld aan vervolgopleidingen). De urgentie om NU besluiten te nemen is groot: het gaat over ieders en de volksgezondheid, de toekomst van honderdduizenden jongeren en tienduizenden onderwijsmedewerkers. Ook een crisismaatregel kan rekening houden met allerlei belangen. Er is meer dan de uitersten ‘examens gaan onverminderd door’ en ‘iedereen krijgt zijn diploma’.
Er is tijd om even stil te staan bij een aantal feiten en belangen. Zoals het aantal leerlingen dat jaarlijks gemiddeld slaagt en zakt, de kwaliteit van examens, de waarde van diploma’s, de belangen van leerlingen die er goed en minder goed voorstaan, de leerkrachten en examinatoren, het vervolgonderwijs, het werkveld, en meer. In het volgende voorstel is met dat alles rekening gehouden. Dan zou een genuanceerde crisismaatregel er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

  1. Zorg NU voor rust en duidelijkheid; deze stress en onrust zijn ongezond.
  2. Schoolexamens worden direct gestopt in verband met gezondheidsrisico’s en zorgen daarover. Scholen passen nu ‘maatwerk’ toe. Dat leidt tot onduidelijkheid en past niet bij de eis van validiteit en betrouwbaarheid.
  3. Centraal examen eerste tijdvak gaat niet door. Het is zeker dat het corona-probleem begin mei niet voldoende is opgelost om >200.000 leerlingen in elf dagen te examineren (6-10 vakken per leerling betekent tussen de 1,2 en 2 miljoen examens!).
  4. Centraal examen tweede en derde tijdvak gaan door indien het virus onder controle is en alleen voor leerlingen die niet aansluitend vervolgonderwijs gaan doen, waarover geen overeenstemming is (zie ‘driegesprek’) en voor leerlingen die dat zelf willen. Er komt een vierde en vijfde tijdvak om leerlingen hetzelfde aantal kansen te geven als normaal gelden; dit kan bijvoorbeeld in de herfstvakantie en/of eerste week van januari geprogrammeerd worden (zodat leerlingen deze examens kunnen doen terwijl ze al een vervolgopleiding volgen). Ook hier geldt de onzekerheid dat dit alleen kan als het virus dat toelaat.
  5. Leerlingen die centraal examen doen, behalen hun diploma indien ze slagen voor het centraal examen; de schoolexamens tellen dit jaar niet mee.
  6. ‘Driegesprek’: alleexamenleerlingen krijgen de komende weken een gesprek met de mentor of leerkracht en een ouder/verzorger (een gesprek van minimaal een half uur). Vóór dit gesprek is het landelijke beleid kenbaar gemaakt. De agenda voor het gesprek bevat in ieder geval: hoe gaat het met je? zou je zakken of slagen? advies leerkracht: examenjaar overdoen of door naar vervolgopleiding; wat willen leerling en ouder?
    De uitkomst kan zijn: ‘overeenstemming over door naar vervolgonderwijs’, ‘overeenstemming over examenjaar opnieuw doen’ of ‘geen overeenstemming’.
  7. Alle leerlingen waarover overeenstemming is over door naar het vervolgonderwijs worden toegelaten tot het vervolgonderwijs dat ze voornemens waren om te gaan doen na het behalen van het diploma. Deze toelating is op basis van hun overgangsbewijs tot de examenklas en het verslag van het driegesprek (dus een havo-leerling wordt toegelaten tot het hbo indien hij een overgangsbewijs heeft van 4 naar 5 havo en een verslag van het driegesprek). Leerlingen die hiernaast toch het centraal examen willen doen, kunnen dit doen in het tweede, derde of latere tijdvak (afhankelijk van het virus). In het driegesprek (en daarna) wordt besproken hoe de leerling zich hierop kan voorbereiden.
  8. Alle leerlingen waarover geen overeenstemming is over het vervolg nemen deel aan het centraal examen, met zoals altijd twee/drie tijdvakken. Voor hen is de uitslag van dit examen bepalend voor het vervolg. Zakken is examenjaar opnieuw doen, slagen is door naar vervolgonderwijs.
    Indien het vanwege het virus niet mogelijk is om deze leerlingen vóór de start van het vervolgonderwijs te examineren, mogen zij zelf kiezen of ze het examenjaar alsnog opnieuw doen of doorstromen. Vervolgonderwijs zal deze leerlingen toelaten op basis van het overgangsbewijs naar het examenjaar.
    Leerling en school maken afspraken over de voorbereiding op het centraal examen. De school biedt ondersteuning waar mogelijk.
  9. Alle leerlingen waarover overeenstemming is om het examenjaar opnieuw te doen, doen het examenjaar opnieuw.
  10. Alle leerlingen die door gaan naar het vervolgonderwijs, krijgen een bijzonder certificaat van hun vo-opleiding met getuigschrift en crisisaantekening. 
  11. Einde schooljaar: voor alle leerlingen is het examenjaar ten einde. Indien leerlingen de komende maanden schoolwerk willen doen, spreken ze met school een werkwijze af. Dit is op vrijwillige basis.

Met dit voorstel zou er NU rust en duidelijkheid ontstaan voor leerlingen, onderwijsmedewerkers en vervolgopleidingen. Minstens zo belangrijk in deze onzekere crisistijd is de toekomstgerichtheid en het vertrouwenwekkende van deze werkwijze: jonge mensen kunnen verder met hun leven en het vervullen van hun wensen en dromen. Ook leerkrachten en andere onderwijsmedewerkers kunnen zich richten op hun gezondheid (minder stress) en de toekomst (het volgende schooljaar). De aanpak is persoonlijk: elke leerling heeft een persoonlijk gesprek. Deze aandacht is heilzaam voor leerling, leraar en ouder en crisis-gerelateerde problemen kunnen opgemerkt en zonodig verwezen worden. Leerlingen die liever een diploma wensen boven een getuigschrift kunnen deelnemen aan het centraal examen. Vervolgopleidingen weten tijdig het aantal eerstejaars. Bovendien kunnen ze zich vanaf nu voorbereiden op het samenstellen van programma’s waarmee leerlingen enige leerachterstand kunnen inlopen tijdens hun vervolgopleiding. De procedure van ‘overeenstemming’ is bewust gekozen om stressvolle en energievretende beroepsprocedures te voorkomen en in plaats daarvan vertrouwen uit te stralen.
Er bestaan geen crisismaatregelen zonder nadelen. De nadelen zijn mijns inziens beperkt en de voordelen groot.

Naast deze suggestie gaan er stemmen op voor andere aanpakken, bijvoorbeeld:

  • alle examenleerlingen krijgen hun diploma of
  • de leraren bepalen welke examenleerlingen hun diploma krijgen.

Aan beide aanpakken kleven nadelen die niet nodig zouden zijn. Als iedere leerling een diploma krijgt, vermindert dat de waarde van ieders diploma uit het coronajaar. Als leraren bepalen wie wel en niet een diploma krijgt, is de leerling te zeer afhankelijk van het menselijke oordeel van de leraar. Dat blijkt namelijk niet altijd even objectief te zijn, zo vertelt recent onderzoek van bijvoorbeeld de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering (2018) en oudere onderzoeken bekend onder de naam Pygmalion.

Onderbouwing, cijfers en data

Onderdelen eindexamens
Eindexamens voor het vmbo, havo en vwo bestaan uit een schoolexamen en een centraal examen. Het schoolexamen is schoolspecifiek. Scholen richten dit zelf in met een Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Het schoolexamen kan uit allerlei opdrachten en toetsen bestaan. Het centraal examen is landelijk en voor alle leerlingen van dezelfde schoolsoort gelijk. De leerling moet het schoolexamen hebben afgerond voordat het mag deelnemen aan het centraal examen. Het centraal landelijk examen is meestal schriftelijk. In het vmbo kan het ook een praktisch deel bevatten. Het beroepsgerichte profielvak wordt namelijk afgesloten met een centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe). Dit cspe bestaat uit vaktheoretische vragen en een aantal praktische handelingen. Centrale examens dragen bij aan gelijke kansen en gelijke behandeling. Het centrale deel van het eindexamen maakt het examen vergelijkbaar voor leerlingen, ongeacht de school waar ze naartoe gaan. Daarnaast stelt het centraal examen een norm buiten de school: het basisniveau wordt daarmee gewaarborgd. (Bron: Een volwaardig schoolexamen, Rapport van de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering).  

Kwaliteit van de examens
Zoals uitgelegd, bestaan examens grofweg uit een schoolexamen en een landelijk examen. Over de kwaliteit van de schoolexamens is recent veel te doen geweest. In 2018 kwamen ernstige tekortkomingen aan het licht bij de schoolexamens van vmbo Maastricht. Naar aanleiding hiervan is er onderzoek gedaan door de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering. De uitkomsten staan in het rapport ‘Een volwaardig schoolexamen’. De commissie komt tot een aantal conclusies: “In het huidige systeem is de deugdelijkheid van de schoolexamens onvoldoende gegarandeerd. Als de examinering op een school niet goed verloopt, dan wordt dit onvoldoende gecorrigeerd. De commissie stelt vast dat als er dingen misgaan, de keten die de kwaliteit moet borgen – directeuren, schoolbesturen en inspectie – te weinig corrigeert. Een laatste kwetsbaarheid hangt samen met de (te) geringe belangstelling voor de schoolexaminering van schoolleiders en bestuurders: scholen hanteren een informele werkwijze. De positie van de examensecretaris is niet sterk genoeg en de verdeling van taken en bevoegdheden is vaak niet helder. Tot slot beschikken docenten en examensecretarissen niet vanzelfsprekend over de benodigde toetsdeskundigheid”.

Op het centraal examen bestaat ook kritiek, zo zou het het onderwijsaanbod versmallen. “Het centraal examen in het voortgezet onderwijs, dat vernauwt het onderwijs enorm” of “Nee, het centraal examen zorgt voor kansengelijkheid en doorstroomrecht”, zeggen anderen. Uit het weblog van Fije Hooglandt, strategisch inspecteur Onderwijsinspectie.

Als er gekozen moet worden tussen het school- of het centraal examen wijst de beschikbare kennis in de richting van het centraal examen, vanwege de waarderings- en kwaliteitsverschillen tussen beide examensoorten.

Tijdstippen centrale examens
Er zijn drie vaste tijdvakken om deel te nemen aan het centraal examen. Het vmbo-bb en vmbo-kb kunnen op flexibele momenten (digitaal) worden afgenomen.
1e tijdvak: 07-05 tot en met 25-05-2020
2e tijdvak: 15-06 tot en met 18-06-2020
3e tijdvak: 11-08 tot en met 20-08-2020
Het 2e en 3e tijdvak zijn korter omdat er minder leerlingen aan deelnemen.
(Bron: https://www.examenblad.nl/onderwerp/tijdvakken-centrale-examens/2020)
Deze tijdvakken zijn al georganiseerd en de examens liggen klaar. Indien door het virus een tijdvak uitvalt, dan is het organisatorisch het meest handig om aan te sluiten bij de andere bestaande tijdvakken. Zo nodig kunnen er nog een of twee tijdvakken ingericht worden. Dat kan relatief eenvoudig in de herfstvakantie. De examens zijn al klaar (1e tijdvak is niet gebruikt); het is in te passen in het vervolgonderwijs en er is ruimte in gebouwen (vakantie). Zo nodig worden de tijdvakken iets uitgebreid, afhankelijk van het aantal aangemelde deelnemers (dat aantal is bekend na de gespreksronde van de driegesprekken met alle leerlingen).

Aantal eindexamenkandidaten
Jaarlijks doen ruim 200.000 leerlingen eindexamen. In 2019 waren het 212.000 kandidaten. 
In mijn voorstel zal een aanzienlijk deel geen eindexamen meer doen.

Hoeveel leerlingen zakken jaarlijks
Slagingspercentages 2019 (bron: Onderwijs in Cijfers)
vwo                 : 91,9
havo                : 88,1
vmbo-gt          : 92,5
vmbo-kb         : 95,2
vbbo-bb          : 97,8

Van alle examenkandidaten doet ongeveer 20% vwo-examen, 29% havo en 52% vmbo. In aantallen waren dat in 2019: 42.000, 62.000 en 112.000 leerlingen. (Bron: Volkskrant.)
Van de vwo-leerlingen zouden dus ongeveer 3.402 leerlingen zakken. Van de havo-leerlingen 7.378 en van de vmbo-leerlingen 5.376 leerlingen. Totaal ruim 16.000 leerlingen.
Het aantal leerlingen dat ‘onterecht’ doorstroomt naar een vervolgopleiding zal zeer beperkt zijn. Het gaat namelijk alleen om die leerlingen waarmee geen overeenstemming is over ‘door naar vervolgonderwijs’ én die gezakt zijn in het ‘nieuwe’ eerste tijdvak (in juni of augustus) én die niet alsnog het examenjaar opnieuw willen doen. Deze leerlingen beginnen dus aan het vervolgonderwijs en gaan nog herexamen doen in de herfstvakantie of op een ander moment. Tegen het licht van de crisis waarin we verkeren lijkt me dat een aanvaardbaar risico voor school en leerling.

Waarde van diploma’s
Voor leerlingen zijn diploma’s een paspoort naar hun toekomst. De eerdergenoemde Commissie Kwaliteit Schoolexaminering beschrijft dit als volgt: Het diploma van het voortgezet onderwijs vervult een belangrijke rol in het Nederlandse onderwijsstelsel. In vergelijking met andere landen heeft het een belangrijk civiel effect: vervolgopleidingen, werkgevers en de overheid kunnen vertrouwen op het niveau dat bij het diploma hoort. Aan het diploma kunnen rechten worden ontleend. Een vmbo-diploma geeft in beginsel toegang tot mbo en havo; een havo- diploma tot hbo en vwo; en een vwo-diploma geeft toegang tot hbo en universiteit (Sanders, 2017). Vervolgopleidingen kunnen evenwel aanvullende eisen stellen. 

Belangrijk om ons te realiseren is dat een vmbo-diploma géén startkwalificatie is. Leerlingen móeten na het vmbo verder studeren. Voor hen is het diploma alleen een paspoort naar een vervolgopleiding, niet naar werk. Als startkwalificatie gelden: vanaf mbo-2, havo en vwo. Havo en vwo-leerlingen kunnen na hun middelbare school gaan werken, maar vrijwel iedereen gaat verder studeren aan mbo, hbo of wo al dan niet na één of meerdere tussenjaren. Dus ook voor hen is het diploma vooral een paspoort naar een vervolgopleiding.

Een diploma van een beroepsopleiding waarborgt voor werkgevers en samenleving een bepaalde bekwaamheid. Een verpleegkundige met een mbo4-opleiding mag bijvoorbeeld zelfstandig een maagsonde inbrengen. Het belang van het diploma is dan zonder twijfel: het moet garanderen dat de diplomahouder de handeling bekwaam kan uitvoeren. Een diploma van havo of vwo functioneert anders. Deze diploma’s waarborgen geen specifieke, risicovolle bekwaamheden. Ze geven vooral een niveau aan van algemene ontwikkeling en niveau. 
In mijn voorstel is het in uitzonderlijke situaties mogelijk dat leerlingen beginnen aan de vervolgopleiding zonder voldoende vooropleidingskennis. Het daarmee gepaard gaande risico lijkt me klein. Hooguit halen deze leerlingen niet het vervolgonderwijs. Het is niet zo dat onbekwame mensen toetreden tot beroepen waarvoor bekwaamheid vereist is. Deze doorstroomprocedure is overigens thans al afgesproken voor doorstromers van mbo naar hbo. In mijn voorstel is het niet mogelijk om met een ‘onverdiend’ diploma te kunnen toetreden tot de arbeidsmarkt.

Voorbeeld van een crisisplan onderwijs en opvang

LET OP!! DIT IS EEN PERSOONLIJK BLOG. DE OFFICIËLE EN ACTUELE INFORMATIE OVER EXAMENS WORDT GEGEVEN DOOR HET COLLEGE VOOR TOETSEN EXAMENS EN VINDT U HIER EN HIER.

Onderstaand blog is van zaterdag 14 maart 2020. Dit blog is een VOORBEELD van hoe een crisisplan voor onderwijs en opvang er op hoofdlijnen uit ZOU KUNNEN ZIEN. Dit blog was een reactie op de commotie van de twee dagen ervoor. Op donderdag 12 maart besloot de regering de scholen en de opvang open te laten. Hierop kwamen heftige reacties uit het onderwijs en de samenleving. In reactie daarop werd vrijdagavond 13 maart officieel besloten (door ministerie en onderwijs tezamen) dat scholen zelf oplossingen zouden moeten verzinnen en werd er gesproken over minder onderwijs. Dat gegeven was voor mij mede aanleiding voor dit blog. Bij ad hoc oplossingen en minder onderwijs lopen namelijk de zwakste leerlingen de grootste risico’s om tussen wal en schip te geraken. Daarnaast is het mijn zorg dat het niet verschuiven van onderwijs(tijd) en examens eveneens kan leiden tot nadelen voor leerlingen in de vorm van onzekerheid en kansenongelijkheid.
Tot slot wilde ik oproepen tot ‘rust in de tent’: scholen zijn elk jaar 12-14 weken gesloten (vakantie) en dan noemen we dat geen maatschappelijke ontwrichting. De maatschappelijke ontwrichting thans, komt mede door de simpele timing ‘het zijn nu onderwijsweken in plaats van vakantieweken’. Evenwel, die timing maken we zelf, we kunnen gemakkelijk het jaarschema veranderen. Dan ontstaat er nu rust wat onderwijs betreft, naast de onrust en zorg over gezondheid en economie. Rust voor onderwijspersoneel, voor leerlingen en ouders. Dit blog beschrijft een voorbeeld hoe we nu even rust kunnen creëren zonder dat het leidt tot minder onderwijs/kansenongelijkheid. Nogmaals dit is géén officieel beleid.

Context: 
Er is een wereldwijde crisis vanwege het corona-virus. 

Vraagstukken: 

  • Hoe organiseren we onderwijs voor alle kinderen.
  • Hoe organiseren we opvang voor kinderen van alle ouders die werken in vitale sectoren.

Huidige situatie:
Het eerste besluit van donderdag 12-03-2020, voorgesteld door de regering, werkt niet. Dat besluit hield in dat scholen voor po/vo en kinderopvang openblijven. Het werkt niet voor de scholen omdat er veel leerkrachten, leidinggevenden, ouders en wellicht ook kinderen/jongeren twijfel hebben over de veiligheid van deze aanpak en het besluit niet opvolgen. Daarnaast kán het besluit niet goed uitgevoerd worden omdat er twee besluiten conflicteren: scholen blijven open PLUS iedereen met zelfs lichte klachten moet thuisblijven.
Het werkt onvoldoende voor opvang omdat er voor vitale sectoren 7 dagen per week opvang nodig is, 24 uur per dag. 
Op vrijdag 13-03-2020 is ten aanzien van scholen overleg gevoerd door bewindvoerders + besturenraden. Uitkomst: besluit blijft gehandhaafd + scholen mogen hiervan afwijken en maatwerkoplossingen bedenken als gedeeltelijk afstandsonderwijs. Gevolg: onrust, chaos, onduidelijkheid PLUS zowel onderwijs als opvang zijn niet gegarandeerd voor iedereen die dat nodig heeft. 

Regie nemen:

In crises moet regie genomen worden, eenduidig en daadkrachtig. Rekening houdend met zoveel mogelijk gezichtspunten, zo eenvoudig mogelijk uitvoerbaar, met zo min mogelijk schade voor zoveel mogelijk mensen.

Regie over onderwijs:

  • Scholen voor po en vo sluiten per maandag 16-03-2020 tot en met de meivakantie (die loopt tot en met 10-05-2020, soms tot en met 03-05-2020). Het onderwijs wordt verschoven in de tijd.
  • Eindexamens worden landelijk 4 weken uitgesteld en starten donderdag 4 juni in plaats van 7 mei.

Scholen zijn dus de komende 7-8 weken gesloten. In deze periode ligt (meestal) 2 weken meivakantie. Met de kennis van nu is het virus over twee maanden waarschijnlijk getemperd en kan het leven weer zijn gewone loop hervatten.

Regie over (nood)opvang:

Er wordt regionaal opvang geregeld voor kinderen en jongeren. Er is aanbod voor 24 uur per dag, 7 dagen per week. Deze opvang is kosteloos voor werknemers. De regie wordt gecoördineerd vanuit de bestaande samenwerkingsverbanden passend onderwijs po. 

Toelichting onderwijs

Verschuiving po:
Leerlingen missen met dit besluit 5-6 weken onderwijs, dat is ongeveer 125-150 uur per kind. Deze tijd wordt idealiter vóór het volgende schooljaar alsnog gevolgd. Dat kan als volgt:

  • Gelijke zomervakantie van 5 weken: alle leerlingen en leerkrachten hebben dit jaar een gelijke zomervakantievan 5 in plaats van 6 weken. Voor iedereen wordt de zomervakantie van 18-07-2020 tot en met 23-08-2020
    Dit levert niet voor alle leerlingen evenveel tijd op maar kan er wel voor zorgen dat alle leerlingen bij de start van het volgende schooljaar weer gelijk kunnen lopen.
  • Woensdagmiddagen onderwijs: tussen 11-05-2020 tot 18-07-2020 hebben alle leerlingen 2 uur onderwijs. Dit is 10 weken en levert dus 20 uur extra onderwijs op. (Scholen die met een 5-gelijke-dagen-model of anderszins werken, verlengen hun schooldagen met bijvoorbeeld een half uur). 
  • Keuzes in schoolactiviteiten: scholen kiezen gericht welke schoolactiviteiten wel en niet doorgaan zodat er maximaal onderwijstijd beschikbaar komt voor de kernvakken taal en rekenen.

Met dit pakket kan onderwijs voor álle leerlingen worden gegarandeerd op een manier die voor zo goed als alle leerkrachten is uit te voeren. Bij verschuiving is er natuurlijk altijd pijn, maar deze is hiermee tot reële proporties beperkt. Vanzelfsprekend kan voor een zeer uitzonderlijke situatie een uitzonderlijke afwijking worden gemaakt. 

Verschuiving vo:
Leerlingen missen met dit besluit 5-6 weken onderwijs. Voor examenleerlingen heeft dit andere gevolgen dan voor de niet-examenleerlingen.

Examenleerlingen:

  • De examens worden 4 weken verschoven. Dit biedt scholen voldoende tijd om het nodige onderwijs alsnog te organiseren. De zelfstudietijd voor leerlingen wordt over een langere tijd uitgesmeerd. Leerlingen die nu ziek zijn, zullen meestal op tijd hersteld zijn voor de voorbereidingen.
  • Na het examen blijft er voldoende tijd over voor vakantie, herkansingen en voorbereiding vervolgstudie.

Niet-examenleerlingen:

  • Lesgeven tot zomervakantie: bijna alle scholen in het voortgezet onderwijs stoppen normaal gesproken met lesgeven ruim vóór de zomervakantie, meestal 2 weken. Deze weken kunnen nu benut worden voor onderwijs geven.  
  • Gelijke zomervakantie van 5 weken: alle leerlingen en docenten hebben dit jaar, net als in po, een gelijke zomervakantievan 5 in plaats van 6 weken. Voor iedereen wordt de zomervakantie van 18-07-2020 tot en met 23-08-2020
    Dit levert niet voor alle leerlingen evenveel tijd op maar kan er wel voor zorgen dat alle leerlingen bij de start van het volgende schooljaar weer gelijklopen.

Toelichting (nood)opvang:

Inrichting regionale opvang voor kinderen (en jongeren):
Er is opvang van nodig voor kinderen van personen die werken in vitale sectoren. Deze opvang is in beginsel 24 uur per dag, 7 dagen per week nodig. Zorg laat zich immers niet begrenzen door schooltijden. 

Voor deze opvang worden regionale (call)centra ingericht (ROK = regionale opvang kinderen). De samenwerkingsverbanden passend onderwijs po (hierna swv) zijn regionaal ingericht en hebben een landelijke dekking. Deze swv’n worden tijdelijk ingericht om de regionale opvang te organiseren en coördineren. Elk ROK heeft een leidinggevende en team, gebruik voor inrichting mensen die hier ervaring mee hebben. Alle leidinggevenden staan in contact met de burgemeesters van de grote steden (crisis-organogram maken). Deze ROK opent een telefoonnummer/website. Hier komen samen:

  • Opvangverzoeken: ouders, werkgevers, kinderen, jongeren melden hier hun opvangbehoefte. Gemeld worden: dagdeel (ochtend, middag, avond, nacht), leeftijd kind/jongere, naw-gegevens (naam, adres, woonplaats, contactgegevens) en werkgegevens ouder(s).
  • Opvanglocaties: sowieso alle scholen zijn potentieel opvanglocatie maar ook buurtcentra, kinderopvang (avond/nacht ivm slaapgelegenheid) e.d.
  • Medewerkers: leerkrachten, pedagogisch medewerkers, jongerenwerkers, activiteitenbegeleiders, enz. 

In de ROK’s worden opvangindelingen gemaakt waarbij een beperkt aantal criteria geldt. Zoals: op elke groep moeten minstens twee gekwalificeerde beroepskrachten aanwezig zijn met VOG; per 10-12 kinderen is er één volwassene; per locatie zijn er niet meer dan 100 personen tegelijkertijd.

De kosten voor deze noodopvang worden betaald door de overheid. Immers, vitale sectoren zijn meestal overheid + dit is het snelste te regelen. 

Moties over onderwijstijd en schoolvakanties aangenomen

Op 18 juni 2019 zijn er twee ‘historische’ moties aangenomen over onderwijstijd, schoolvakanties en de vijfdaagse schoolweek. De motie van Rog en Heerema en de motie van Bisschop kunt u hier vinden.

Alle informatie over het experiment flexibilisering onderwijstijden

Op 2 april 2019 kwam het bericht naar buiten dat minister Slob stopt met het experiment flexibele onderwijstijden. De brief aan de Tweede Kamer daarover vindt u hier.
Op deze pagina van Rijksoverheid wordt ook de link genoemd naar het eindrapport van de Onderwijsinspectie. Dat rapport is evenwel niet het eigenlijke eindrapport. Het rapport van de Onderwijsinspectie had te maken met de verlenging van het experiment om na vier jaar nog eens de onderwijskwaliteit te meten.
Het inhoudelijke eindrapport werd in 2014 gemaakt door Regioplan en kunt u hier vinden.
Wie geïnteresseerd is in de historie van het experiment en de eerdere Kamerbrieven, vindt hier een overzicht.

Welk oordeel gaf Onderwijsinspectie over experimenteerscholen?

Het concept van De School was destijds aanleiding voor het experiment. Het experiment ging evenwel niet over het integrale concept maar slechts over een onderdeeltje daarvan, de onderwijstijd. Deze misslag van toen heeft nu desastreuze gevolgen. Bij slechts twee van de deelnemende scholen was de onderwijstijd onderdeel van een onderwijskundig concept, bedoeld om leerlingen beter onderwijs en meer kansen op ontwikkeling te geven. Duidelijk is dat de onderzoeksmethode die de onderwijsinspectie heeft toegepast (het bekende Toezichtkader), niet geschikt was om de meeropbrengsten van deze concepten in kaart te brengen. Er is een bestaand toezichtkader toegepast op nieuwe scholen. Die nieuwe scholen leverden nieuwe opbrengsten die niet ‘gezien’ konden worden met het oude kader. Het bestaande kader kon alleen meten of de nieuw schoolconcepten niet minder opleverden dan reguliere scholen. Het onderzoek heeft niettemin positieve uitkomsten laten zien voor deze scholen. Citaten uit het rapport van de Onderwijsinspectie over deze scholen (het ontbreekt in het rapport aan een bladzijdenummering, vandaar de verwijzing naar paragrafen):

  • Slechts één van de deelnemende scholen voldeed in 2014 aan alle randvoorwaarden. Bij deze school is sprake van een doordacht concept, goede leraren, goede aansturing door de directie en ondersteuning door het bestuur (voorwoord).
  • Eén school heeft ervaringen om naast het flexibiliseren van de onderwijstijd ook te werken met flexibele begin- en eindtijden. Dit heeft voordelen voor het bioritme van sommige leerlingen en geeft ouders de mogelijkheid de schooltijden aan te passen op hun werktijden. Daarnaast stelt het leraren in staat in kleine groepjes extra instructie of pre-teaching te geven. Voor deze school biedt het een goede mogelijkheid om passend onderwijs te geven (paragraaf 2.2, 4ebullit).
  • Een aantal scholen staat leerlingen toe meer onderwijsuren te maken dan het wettelijk minimum. (…) Door deze werkwijze krijgen leerlingen meer instructie- en verwerkingstijd (paragraaf 2.2).
  • Twee scholen die onderwijs en opvang hebben gecombineerd, hebben de onderwijstijd fors uitgebreid om zo een breder aanbod te kunnen bieden. Het is niet goed mogelijk vast te stellen of deze extra onderwijstijd effect heeft op de resultaten. De extra tijd wordt namelijk vooral besteed aan activiteiten waarvoor in de reguliere lessen geen tijd is. Wel profiteren kinderen van extra instructiemogelijkheden voor de reguliere lessen. In die zin zou de extra lestijd een gunstig effect kunnen hebben op de opbrengsten van de school (paragraaf 2.2).
  • Er zijn twee scholen die met volledig geïndividualiseerd onderwijs werken. Deze scholen doen dat door een forse uitbreiding van de onderwijstijd (…). Zij stellen leraren aan die verspreid over de dag lesgeven (paragraaf 2.3).
  • Eén school werkt vanuit sociocratische principes. Op deze school zijn beslissingen altijd gebaseerd op via dialoog verkregen consent en worden ouders en kinderen in hoge mate betrokken bij het samenstellen van het individuele leerplan van de leerlingen (paragraaf 2.3).
  • Eén school geeft ouders nadrukkelijk inspraak bij de samenstelling van het onderwijsprogramma van het kind (paragraaf 2.3).
  • Door het werken met flexibele begin- en eindtijden kunnen leerkrachten meer aandacht besteden aan leerlingen met extra onderwijsbehoeften. Deze werkwijze kan een dagelijkse verlichting betekenen van de extra inspanningen die passend onderwijs van veel scholen, leraren en leerlingen vraagt (paragraaf 2.4).
  • Twee scholen hebben op deze indicator de beoordeling goed gekregen. Beide scholen zijn gedurende 50 weken alle dagen open van 8.00 tot 18.00 uur. Alle leerlingen genieten hierdoor veel meer onderwijs dan de wet minimaal voorschrijft. Deze scholen zorgen er wel voor dat leerlingen ook voldoende vakantie krijgen (paragraaf 3.3).

Het eindrapport van de Onderwijsinspectie kunt u hier lezen.
Het eindrapport van Regioplan kunt u hier lezen. Hier vindt u informatie over de deelnemende scholen en de manier waarop zij hun onderwijstijd hebben geflexibiliseerd.

Het gaat om de kinderen …

Portretten van leerlingen van De School 

  • Ernstig ziek
    Cato van 8 jaar heeft taaislijmziekte. Elke ochtend komt iemand van Thuiszorg haar verzorgen. Haar sondevoeding neemt behoorlijk wat tijd. Als de schooldag stipt om half 9 zou beginnen, zou de wekker thuis om 6 uur moeten afgaan. Op De School kan Cato tot 10 uur binnenkomen. En als het verzorgen eens uitloopt, mist Cato niets. Dan belt ze naar school en gaat om 12 uur aan de slag met haar dagprogramma. Dit brengt rust in het gezin. Wanneer Cato naar het ziekenhuis moet voor controle of een dagbehandeling, pakt ze haar schoolwerk de dag erna weer op. Zo krijgt ze alle leertijd die ze nodig heeft, zonder onnodig gestress.
    Afgelopen voorjaar was Cato levensbedreigend ziek, ze lag zes weken in het ziekenhuis. Na haar herstel is het gezin eerst een weekje samen op vakantie gegaan om bij te komen. Eind mei is Cato weer rustig aan begonnen op school.
    Op een gewone school zou Cato door deze ziekteperiode een jaar hebben moeten overdoen, nu kon zij tijdens de zomer gewoon verder waar ze gebleven was.
  • Extra schooljaar
    Isabel kwam van een andere school, ze heeft dyslexie. Zij is jarig in september en zou dus 12 worden op de middelbare school. Haar CITO-eindtoets gaf een resultaat op kaderniveau vmbo.
    Isabel wil graag aan de slag in de modebranche; daarvoor heeft ze havo nodig. Ze koos ervoor om een extra jaar op De School te blijven, waarin ze heel gericht gewerkt heeft. Aan het eind van dat jaar haalde ze een CITO-score op havo-/vwo-niveau.
    Of een kind een ‘vroege’ of een ‘late’ leerling is, kan de schoolloopbaan behoorlijk beïnvloeden. De School heeft geen leerstofjaarklassensysteem; daardoor kan een kind desgewenst een extra jaar benutten, zonder ‘te blijven zitten’ of ‘een jaar over te doen’. Dit kan aanzienlijke winst opleveren.
  • ADHD
    Ischa van 10 heeft ADHD, hij heeft erg veel moeite zich te concentreren. Door de vijf leerplangesprekken per jaar, waarin hij, zijn ouders en de leerkracht kennis en ervaringen delen en bundelen, wordt zijn zelfkennis versterkt. Ischa krijgt steeds meer grip op wat hij nodig heeft om prettig te kunnen werken. Hij plant nu zelf zijn dagen en vult ze in zoals goed is voor hem: hij begint na binnenkomst met lezen, om even in te tunen op de schoolomgeving. Rekenen is voor Ischa het lastigst qua concentratie. Hij rekent daarom een tijdje in de ochtend en een tijdje in de middag. Hij weet steeds beter wat hij nodig heeft en wanneer hij hulp moet vragen. Ischa krijgt zo steeds meer zelf de regie over zijn leven.
    ADHD is niet te veranderen, maar Ischa heeft wel geleerd ermee om te gaan en gebruik te maken van zijn sterke kanten. Een van die sterke kanten is dat hij snel opmerkt of andere kinderen het moeilijk hebben. Hij biedt zo’n kind dan zijn hulp aan en stelt het op z’n gemak.
  • Gebrek aan zelfvertrouwen
    Brian van 12 heeft dyslexie, hij komt van een andere school. In groep 3 was hij blijven zitten, twee jaar later las hij nog steeds op het niveau van midden-groep 3. Hij vond zichzelf dom en koos in het begin altijd voor de makkelijkste opdrachten; zo weinig zelfvertrouwen had hij. Nu leest hij nog steeds weinig, maar is wel vastbesloten om een baan te krijgen met computers; hij wil geld verdienen. Op De School doet hij via de computer de bestellingen voor de gezamenlijke lunch. Als de vrachtwagen ’s morgens om 8 uur het eten komt afleveren, is Brian aanwezig om te helpen uitladen en te controleren of alles klopt.
    Als hij snapt waar hij het voor doet, is hij een harde werker. Het heeft een paar jaar geduurd om zijn draai te vinden. Hij wil nu een jaar extra op school blijven.
    Toen het niet goed ging op zijn vorige school, kreeg Brian het advies om naar het speciaal onderwijs te gaan. Nu wordt het waarschijnlijk vmbo-kader.
    Van de 125 kinderen die alles bij elkaar onderwijs hebben (gehad) op De School, zijn er nu 17 naar het voortgezet onderwijs gegaan, geen van hen ging naar het voortgezet speciaal onderwijs (stand 2013).
  • Bovengemiddeld slim
    Simone kwam als 8-jarige naar De School, nadat zij op haar vorige school haar leermotivatie helemaal was kwijtgeraakt. Haar ouders vermoedden dat ze onderpresteerde, de leerstof niet uitdagend genoeg was en ze vroegen om meer. De leerkracht vond dat Simone niet liet zien dat ze meer aan zou kunnen. Bij een test bleek zij hoogbegaafd te zijn.
    Op De School kon Simone laten zien wat ze in huis had. In haar persoonlijke leerplangesprekken gaf zij aan met welke eigen onderzoeksvragen zij binnen het thema aan de gang wilde. Ze legde de lat daarbij behoorlijk hoog. Verder kreeg – en nam – zij een flinke rol bij de eindpresentaties van thema’s. Haar leerkracht suggereerde voor Simone de rol van gastdocent bij de jongere kinderen. Samen met een leerkracht bereidde ze lessen voor en gaf die daarna ook. Zo werd zij tegelijkertijd inhoudelijk uitgedaagd en ingezet als expert, waarbij haar ‘juf’-kwaliteit werd aangesproken. Zo werd Simone weer gemotiveerd om haar capaciteiten te gebruiken.
    In de tienwekelijkse persoonlijke leerplangesprekken werd aangekaart dat ook rekentoetsen erbij horen in het onderwijs, die worden in deze maatschappij nu eenmaal belangrijk gevonden. En dan werd besproken hoe Simone dacht dat aan te pakken.
    Als je maatwerk-onderwijs levert, maakt het niet uit hoe snel een kind leert; binnen het thema kan elk kind op het eigen niveau werken en de eigen kwaliteiten benutten. Zo is het ook niet nodig dat bovengemiddeld slimme kinderen een klas overslaan of heel jong naar het voortgezet onderwijs vertrekken.
  • Spierziekte
    Torsten 10 jaar, heeft een spierziekte waardoor zijn belastbaarheid beperkt is. Hij is een jongen met veel capaciteiten die voorheen op een cluster 2 school zat. Omdat hij graag regulier middelbaar onderwijs op vwo-niveau wil gaan volgen en een grote interesse heeft voor de wereld om zich heen, is hij bij ons op school gekomen. Hij komt vlak voor 10 uur op school omdat hij ’s morgens veel tijd nodig heeft om op te starten; tussen 13 en 14 uur heeft hij een rustuur waarin hij zich terugtrekt met een themaboek en gaat lezen. Afhankelijk van zijn pijncijfer is dat rustuur korter of langer. Zo nodig neemt hij ook nog een pijnstiller. Hij blijft tot 16 of 17 uur op school omdat het dan rustiger is. Elke week schrijft hij zich een paar keer in voor één op één tijd met de leerkracht. Dat kan omdat er ’s middags meer leerkrachten zijn en dus meer tijd voor individuele leerlingen. De leerkracht geeft hem individuele instructie en helpt hem met zijn planning en past indien wenselijk zijn werk(week) aan.
    Als ze naar de gym gaan, gaat hij op zijn elektrische fiets – doordat hij nu in zijn eigen dorp op school zit, kan hij op zijn elektrische fiets naar school wat erg goed is voor de conditie van zijn spieren.
    Tijdens de diverse thematische gastlessen na 14.00 uur heeft hij kennis gemaakt met de schermsport en die blijkt goed bij hem te passen. Dit doet hij nu ook in zijn vrije tijd en daar kan hij zijn schooltijden op aanpassen. Daarvoor was dat lastig te regelen omdat hij laat thuis was van school in verband met leerlingenvervoer naar het speciaal onderwijs. Bij excursies gaat zijn rolstoel mee. De kinderen van zijn groep houden hier rekening mee en helpen hem waar nodig. Zo leren kinderen omgaan met verschillen (inclusieve samenleving/burgerschap).
  • Uithuisplaatsing
    Marit, 7 jaar, heeft een moeilijke thuissituatie, een heftig verleden en er is via meerdere instanties hulp in het gezin. Doordat de ouders het tijdelijk niet aankunnen, wordt er een vrijwillige uithuisplaatsing geregeld. De pleegouders wonen in een andere gemeente (25 km verderop) en kunnen niet het vervoer van Marit naar en van school regelen. Marit zou van school moeten veranderen, tijdelijk, in de toch al moeilijke situatie. Door meerdere gesprekken (10-weekse gesprekken) met school, ouders en hulpverlening en de mogelijkheden van de school met ruime en flexibele tijden kan Marit tot 18 uur op school blijven en tot 10 uur worden gebracht. De School zorgt ervoor dat er vervoer geregeld wordt door een ander gezin van de school (wat een ouderbetrokkenheid!).
    Deze eenvoudige voorziening: leerlingenvervoer voor 2x 25 km per dag gedurende 6 weken, bleek niet te regelen via jeugdzorg-instanties. Een tijdelijke verandering van school zou voor Marit in haar toch al moeilijke situatie tot groot extra leed hebben geleid.
    Doordat we dit zelf hebben geregeld kon Marit in november/december – met alle eindejaarsfeesten – gewoon op haar vertrouwde school blijven en meedoen met de festiviteiten samen met haar eigen groep en leerkrachten.
  • Gescheiden ouders
    De ouders van Nestor gaan scheiden. Zij bespreken dit ook in het 10-weekse gesprek. Doordat deze gesprekken elke 10 weken gehouden worden, is hier voldoende vertrouwen voor. Er wordt besproken hoe dat het ‘beste’ voor Nestor kan worden geregeld. Afgesproken wordt dat de ouders het in het weekend vertellen en dat het team op de hoogte is en hem maandag kan opvangen, tijd voor Nestor kan maken als dat wenselijk is. Besloten wordt dat Nestor voorlopig lange dagen naar school gaat. Hij voelt zich daar prettig, thuis is het nu niet fijn en zo hebben zijn ouders ruimte en tijd om oplossingen te bedenken voor hun problemen. Op school is er extra tijd voor hem in de middag en de leerkracht met wie hij het beste contact heeft, gaat ’s middags met hem aan de slag. Als hij een tekening heeft gemaakt over de scheiding en hoe de nieuwe situatie er voor hem uit komt te zien is daar tijd en aandacht voor en wordt dit ook besproken met de ouders in het 10-weekse gesprek. Doordat er tijd genoeg is, kan er besloten worden om het “school”werk even op een laag pitje te zetten en de prioriteit te leggen bij zijn welbevinden en verwerking/aanpassing aan de veranderde situatie. Als ouders zaken moeten regelen, kunnen ze dat doen als Nestor lekker op school is. Zij hoeven geen andere opvang of oplossingen in de middag of de schoolvakanties te regelen. Voor Nestor blijft de school zijn vertrouwde en onveranderde, veilige plek.

Deze portretten zijn van leerlingen die De School hebben bezocht sinds 2008. De eerste vijf zijn opgetekend door Carla Desain (@carlamondig) voor publicatie in het blad De Nieuwe Leraar.

Tijd en geld, waar halen we die vandaan?

Kern van het concept is dat méér en flexibele tijd veel problemen kan voorkomen of beperken. Onderwijs kampt altijd met beperkte tijd en middelen maar in het geheel is er genoeg tijd en geld. We moeten daarvoor alleen ‘over de sectoren’ heen kijken; we moeten tijd en geld samenvoegen, herschikken. Het integrale concept is financieel haalbaar en De School in Zandvoort is altijd financieel gezond geweest. In Zandvoort is gekozen voor een samenvoeging van middelen uit onderwijs, kinderopvang en passend onderwijs. Op andere plekken zou het concept financieel haalbaar zijn door samenvoeging van middelen voor achterstand, jeugdzorg, welzijn en buurtwerk.
Wie zegt dat het concept in Zandvoort niet voor elk kind bereikbaar is, heeft gelijk. Voor gezinnen met de laagste inkomsten is de eigen bijdrage €19,70 per maand. Voor zorgleerlingen met indicatie is de eigen bijdrage €0. Zodoende kan meer dan 85% van de kinderen kiezen voor het totaalpakket. De andere 15% bestaat voornamelijk uit ouders die bewust kiezen voor beperkte en vaste schooltijden.
Vanzelfsprekend willen we dit concept bereikbaar laten zijn voor alle kinderen. Destijds in 2008 was dit echter het maximaal haalbare voor een nieuwe school opgericht uit particulier initiatief (art. 23).

Wil je weten wat hiermee allemaal kan worden gedaan? Lees hier de top tien oplossingen van concept De School (link werkt).

Top tien oplossingen van het concept De School

De School heeft onwaarschijnlijk veel problemen kunnen aanpakken. Niet alleen in een papieren ontwerp, maar aangetoond in elf jaar praktijk.

  1. Verkleinen van kansenongelijkheid door méér tijd
    De School kan differentiëren naar leerinhoud, hoeveelheid tijd en planning van tijd terwijl het eindniveau van het kind tenminste gelijk blijft en vaak hoger uitkomt. Differentiatie binnen dezelfde vaste tijd vergroot kansenongelijkheid, is gebleken.
    De School kan met het rijke binnen- en buitenschoolse programma ‘tekorten’ uit de gezinssituatie compenseren en aanvullen.
    Door de evenwichtige spreiding van de onderwijsactiviteiten over het gehele jaar wordt de aangetoonde terugval in de zomervakantie voorkomen. De School-kinderen gaan alleen niet naar school als ze iets anders te doen hebben. Ze hangen niet op straat omdat de school gesloten is.
  2. Voorkomen van segregatie
    Op voorhand biedt De School bijna eindeloos veel mogelijkheden voor ontwikkeling van kinderen en adaptatie tussen gezin en school. Dit beschermt tegen segregatie. Curatieve maatregelen werken segregatie in de hand [1].
  3. Voorkomen van stigmatisering
    De gevolgen van stigmatisering zijn nauwelijks te repareren. Met het universele onderwijsontwerp wordt stigmatisering [2] van het kind voorkomen.
  4. Inclusief, passend onderwijs
    Van de 2.500 uur onderwijstijd is er tijdens 1.500 uur een bezetting van leerkrachten beschikbaar van één leerkracht op maximaal 10-12 kinderen. Door deze ratio is passend onderwijs mogelijk.
  5. Voorkomen van vroegselectie en buitensluiting
    De bekritiseerde vroegselectie geschiedt niet bij de overgang van po naar vo maar op een gangbare school al in groep 3 bij de eerste Cito-toetsen. Een V (laagste score) wordt zelden een II of een I (hoogste score) [3]. In de latere basisschooljaren krijgt de ongewenste vroegselectie vorm via de ‘plus- en klusklassen’.
    Op De School zijn alle hoofd-, hart- en handactiviteiten voor alle kinderen beschikbaar zonder selectie.
  6. Vergroting van ouderbetrokkenheid
    Ouders hebben medebeslisrecht op het niveau van het eigen kind, de groep van het kind en de gehele school. Het resultaat is dat 100% (dit is uitzonderlijk hoog) van de ouders minstens vijfmaal per jaar een diepgaand gesprek heeft met zijn of haar kind en een leerkracht. Dit bevordert het leren van het kind en vergroot de competenties van leerkrachten en ouders.
  7. Tegengaan van versnippering van zorg e.d.
    Versnippering van zorg en aandacht rond kinderen en gezinnen is een groot probleem dat met samenwerking tussen organisaties nauwelijks wordt opgelost, zoals herhaaldelijk in diverse onderzoeken is aangetoond. Het De School-concept is geen samenwerking maar een nieuw ontwerp.
  8. Aantrekkelijkheid beroep leerkracht en medezeggenschap ++
    Leerkrachten op De School hebben een breed takenpakket, inclusief het ontwikkelen van onderwijs en meebeslisrecht over schoolbeleid. Ze hebben invloed op de samenstelling van het eigen takenpakket en de eigen werktijden. Gezien de ruime openingstijden wordt er altijd in teams gewerkt, wat zowel de competentie als sociale veiligheid vergroot. Leerkrachten hebben medebeslisrecht op het niveau van het kind, de groep en de school en besluiten mee over alle beleidszaken, inclusief financiële keuzes.
  9. Minder gezinsstress
    Gezinnen ervaren veel minder stress. Er is geen dagelijkse stress rond brengen en halen, geen huiswerk, geen afstemmingsproblemen werk/zorg/gezin/school. Bij gezinscalamiteiten en levensgebeurtenissen [5] blijkt De School jaarrond het rust- en ankerpunt te zijn.
  10. Dynamisch en actueel onderwijsaanbod
    De School kan zich relatief gemakkelijk en snel aanpassen aan veranderende wensen van de samenleving. Meer techniek/muziek/beweging/sociale vaardigheden zijn voorbeelden van ‘extra’ aanbod die snel kunnen worden ingepast in het curriculum en bovendien niet ten koste gaan van aandacht voor andere vakken. Het aanbod blijft actueel door de dagelijkse lessen van gastdocenten en tien educatieve excursies per jaar [6] voor kinderen van alle leeftijden.

Waar halen we de tijd en het geld hiervoor vandaan? Lees hier verder (link werkt).

[1] Dat geldt voor alle maatregelen die pas ingezet worden als het kind afwijkt van de standaard of norm.
[2] Verdrag van New York inzake rechten van personen met een handicap dat Nederland heeft geratificeerd: ‘het afwijken leidt tot stigmatisering, gevoelens van ongelijkwaardigheid en tot minder kansen op ontwikkeling’. Universeel ontwerp dat zo min mogelijk behoeft te worden aangepast voorkomt deze stigmatisering.
[3] Laag scorende kinderen krijgen op een gangbare school minder OTL (Opportunities to learn) dan hoger scorende leerlingen. Dit stelt kinderen verder op achterstand.
[5] Voorbeelden: ouder ernstig ziek, overlijden nabije, gevangenis ouder, uithuisplaatsing kind, ziekte kind, echtscheiding ouders.
[6] Vergelijk met het aanbod van IMC basis voor de groepen 7 en 8 (https://www.imcweekendschool.nl/imc-basis/imc-basis).

Minister stopt experiment flexibilisering onderwijstijd

Op 2 april 2019 heeft minister Slob een brief aan de Kamer gestuurd waarin hij meedeelt dat hij het experiment flexibilisering onderwijstijd stopt. De brief kunt u hier lezen.
Voor het concept De School ontstaat nu een bizarre situatie. De School is in 2008 gestart met een nieuw, integraal onderwijsconcept ‘gelijke kansen door ongelijk onderwijs’, waarbij méér tijd de sleutelfactor is. Het concept overtrad de wet maar was wél een antwoord op hardnekkige onderwijsproblemen. Kamerleden stelden vragen en in 2011 werd een experiment gestart vanwege het concept van De School. In alle onderzoeken en Kamerbrieven die daarna volgden, is De School positief opgevallen. De School maakte waar wat ze beoogde: hardnekkige problemen werden daadwerkelijk opgelost. Het experiment werd opengesteld voor meerdere scholen. Een deel van die scholen zijn onderwijstijd gaan flexibiliseren vanwege andere dan onderwijskundige redenen. Zij zijn minder gunstig uit het onderzoek gekomen. Daarom wordt het experiment niet voortgezet en komt er geen nieuwe wetgeving. Dat is op zichzelf begrijpelijk maar het is onbegrijpelijk dat daardoor het concept van De School niet verder zou kunnen. De oplossingen en kennis zouden daarmee verloren gaan terwijl er tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in onderzoek om oplossingen voor problemen te vinden die dit concept allang aantoonbaar heeft gevonden. Dit is niet uit te leggen.

Opbrengsten die De School onbetwist heeft gerealiseerd:

  • 2.500 uur onderwijstijd in plaats van 940 uur, met volledig flexibele school-, vakantie- en opvangtijden
  • volledig passend onderwijs, voorkomen van stigmatisering, geen uitstroom meer naar s(b)o, geen zittenblijven
  • grotere kansengelijkheid, voorkomen van vroegselectie, geen ‘zonnen, manen en sterren’, geen plus- en klusklassen
  • zeer rijk en actueel onderwijsaanbod
  • geen gezinsstress
  • 100% ouderbetrokkenheid
  • aantrekkelijk takenpakket leerkracht met medezeggenschap ++

Wil je meer lezen over wat De School heeft bereikt? Lees hier de top tien oplossingen van De School (link werkt).

De misslag rond het experiment

Het lijkt alsof er in de laatste fase van de experimenteer-periode iets is misgegaan. Dat blijkt ook uit de Kamerbrief van vandaag. De brief verwijst naar een Kamerstuk d.d. 16 januari 2015 en haalt dit aan met ‘het experiment beoogde de aansluiting van werk en privé te bevorderen’. Dit is onjuist. Het experiment volgde op Kamervragen uit 2009 en 2010 waarna minister Van Bijsterveldt in 2011 De School, vanwege haar concept experimenteerruimte wilde bieden. Dat zijn twee totaal verschillende motieven.

Citaat uit de Kamerbrief van 6 april 2011 (286180):
Experiment flexibilisering onderwijstijd
Tijdens de recente begrotingsbehandeling heb ik op verzoek van de Kamer toegezegd De School in Zandvoort experimenteerruimte te bieden op het terrein van onderwijstijd. De reden dat De School experimenteerruimte wil, heeft te maken met het concept van De School. Als onderdeel van een gecombineerd aanbod van onderwijs en kinderopvang is De School 50 weken per jaar open. Onder de huidige regelgeving mag het onderwijs tijdens de verplichte zomervakantie niet meetellen voor de minimale onderwijstijd. 

We zijn inmiddels 11 jaar verder sinds de start van De School. De ambtenaren en bewindvoerders van nu zijn anderen dan destijds. Het lijkt alsof men niet meer goed de start en de geschiedenis voor ogen heeft.