Categorie archief: voortgezet onderwijs

Vervolg: crisisplan eindexamens in 11 stappen

LET OP!! DIT IS EEN PERSOONLIJK BLOG. DE OFFICIËLE EN ACTUELE INFORMATIE OVER EXAMENS WORDT GEGEVEN DOOR HET COLLEGE VOOR TOETSEN EXAMENS EN VINDT U HIER.

Het is 21 maart 2020. De scholen in basis- en voortgezet onderwijs zijn één week dicht. De opvang van kinderen van ouders die werken in vitale beroepen lijkt goed geregeld. Scholen hebben een onwaarschijnlijke prestatie geleverd wat betreft het inrichten van afstandsonderwijs. Maar er is ook onrust, met name over eindexamens en onderwijs aan kansarme kinderen. Dit blog gaat over de eindexamens. Ook een crisisaanpak kan genuanceerd zijn en recht doen aan zoveel mogelijk belangen, al is het complex. Hopelijk bevat dit voorstel aanknopingspunten voor een maatregel waar iedereen goed mee kan leven, al is het voor niemand meer ideaal.

Stand van zaken zaterdag 21 maart 2020
Momenteel is het beleid dat alle schoolexamens doorgang moeten hebben. Het centraal landelijk examen is nog niet uitgesteld of geannuleerd. Dat roept onrust op omdat weinigen geloven dat we in Nederland begin mei ruim 200.000 leerlingen kunnen examineren in elf dagen op een besmettingsvrije wijze. Er is ook onrust vanwege het zwabberende beleid:
12 maart: overheidsbeleid: scholen blijven open;
13 maart: overleg PO-Raad, VO-Raad en OCW: scholen blijven open maar mogen eigen beleid voeren;
15 maart: overheidsbeleid: scholen sluiten met ingang van 16 maart;
17 maart: overheidsbeleid: scholen moeten school- en praktijkexamens toch mogelijk maken al dan niet in aangepaste vorm, met of zonder instemming om het PTA te wijzigen.

Onrust en onduidelijkheid
Er is onrust bij leerlingen (ik wil graag examen doen of juist niet, kan ik naar een vervolgopleiding of gaan werken, een tussenjaar nemen, ik ben bang iemand te besmetten of zelf besmet te raken), ouders (hoe moet ik mijn kind adviseren en begeleiden, loopt het risico?), leerkrachten (hoe organiseer ik het allemaal, loop ik of mijn huisgenoot risico, hoe borg ik de validiteit en betrouwbaarheid van mijn examen) en scholen (hoe geef ik leiding aan mijn team, hoe moet ik kiezen tussen ethische dilemma’s) in zowel voortgezet onderwijs als vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo).
De meeste onrust is er natuurlijk vanwege de gezondheidsrisico’s. Die onrust is invoelbaar omdat het dóórgaan van examens op gespannen voet staat met het RIVM-advies ‘blijf thuis!’. Het RIVM geeft ook adviezen voor als er noodzaak is om naar buiten te gaan, maar de vraag is of het doen van eindexamen een noodzaak is – in het perspectief van ziekte en dood. Verder is het voor scholen complex om de adviezen van het RIVM gegarandeerd en bij elk (school)examen na te leven teneinde de veiligheid van iedereen te waarborgen, het gaat zomaar om 1-2 miljoen examenmomenten. De veiligheid is niet alleen in de scholen een probleem. Ook onderweg naar de scholen en op de schoolpleinen. De VO-Raad roept scholen op om creatief te zijn maar creativiteit levert ook stress op en staat mogelijk op gespannen voet met validiteit en betrouwbaarheid van schoolexamens. ‘Maatwerk’ is tevens een bron van ongelijkheid en meningsverschillen.

Eindexamens, een crisisalternatief in 11 stappen
Het gaat over >200.000 leerlingen, 1454 scholen voor voortgezet onderwijs, tientallen instituten voor vervolgonderwijs en een aanzienlijk maatschappelijk belang (diploma’s hebben een maatschappelijke waarde en er zijn rechten aan gekoppeld, denk bijvoorbeeld aan vervolgopleidingen). De urgentie om NU besluiten te nemen is groot: het gaat over ieders en de volksgezondheid, de toekomst van honderdduizenden jongeren en tienduizenden onderwijsmedewerkers. Ook een crisismaatregel kan rekening houden met allerlei belangen. Er is meer dan de uitersten ‘examens gaan onverminderd door’ en ‘iedereen krijgt zijn diploma’.
Er is tijd om even stil te staan bij een aantal feiten en belangen. Zoals het aantal leerlingen dat jaarlijks gemiddeld slaagt en zakt, de kwaliteit van examens, de waarde van diploma’s, de belangen van leerlingen die er goed en minder goed voorstaan, de leerkrachten en examinatoren, het vervolgonderwijs, het werkveld, en meer. In het volgende voorstel is met dat alles rekening gehouden. Dan zou een genuanceerde crisismaatregel er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

  1. Zorg NU voor rust en duidelijkheid; deze stress en onrust zijn ongezond.
  2. Schoolexamens worden direct gestopt in verband met gezondheidsrisico’s en zorgen daarover. Scholen passen nu ‘maatwerk’ toe. Dat leidt tot onduidelijkheid en past niet bij de eis van validiteit en betrouwbaarheid.
  3. Centraal examen eerste tijdvak gaat niet door. Het is zeker dat het corona-probleem begin mei niet voldoende is opgelost om >200.000 leerlingen in elf dagen te examineren (6-10 vakken per leerling betekent tussen de 1,2 en 2 miljoen examens!).
  4. Centraal examen tweede en derde tijdvak gaan door indien het virus onder controle is en alleen voor leerlingen die niet aansluitend vervolgonderwijs gaan doen, waarover geen overeenstemming is (zie ‘driegesprek’) en voor leerlingen die dat zelf willen. Er komt een vierde en vijfde tijdvak om leerlingen hetzelfde aantal kansen te geven als normaal gelden; dit kan bijvoorbeeld in de herfstvakantie en/of eerste week van januari geprogrammeerd worden (zodat leerlingen deze examens kunnen doen terwijl ze al een vervolgopleiding volgen). Ook hier geldt de onzekerheid dat dit alleen kan als het virus dat toelaat.
  5. Leerlingen die centraal examen doen, behalen hun diploma indien ze slagen voor het centraal examen; de schoolexamens tellen dit jaar niet mee.
  6. ‘Driegesprek’: alleexamenleerlingen krijgen de komende weken een gesprek met de mentor of leerkracht en een ouder/verzorger (een gesprek van minimaal een half uur). Vóór dit gesprek is het landelijke beleid kenbaar gemaakt. De agenda voor het gesprek bevat in ieder geval: hoe gaat het met je? zou je zakken of slagen? advies leerkracht: examenjaar overdoen of door naar vervolgopleiding; wat willen leerling en ouder?
    De uitkomst kan zijn: ‘overeenstemming over door naar vervolgonderwijs’, ‘overeenstemming over examenjaar opnieuw doen’ of ‘geen overeenstemming’.
  7. Alle leerlingen waarover overeenstemming is over door naar het vervolgonderwijs worden toegelaten tot het vervolgonderwijs dat ze voornemens waren om te gaan doen na het behalen van het diploma. Deze toelating is op basis van hun overgangsbewijs tot de examenklas en het verslag van het driegesprek (dus een havo-leerling wordt toegelaten tot het hbo indien hij een overgangsbewijs heeft van 4 naar 5 havo en een verslag van het driegesprek). Leerlingen die hiernaast toch het centraal examen willen doen, kunnen dit doen in het tweede, derde of latere tijdvak (afhankelijk van het virus). In het driegesprek (en daarna) wordt besproken hoe de leerling zich hierop kan voorbereiden.
  8. Alle leerlingen waarover geen overeenstemming is over het vervolg nemen deel aan het centraal examen, met zoals altijd twee/drie tijdvakken. Voor hen is de uitslag van dit examen bepalend voor het vervolg. Zakken is examenjaar opnieuw doen, slagen is door naar vervolgonderwijs.
    Indien het vanwege het virus niet mogelijk is om deze leerlingen vóór de start van het vervolgonderwijs te examineren, mogen zij zelf kiezen of ze het examenjaar alsnog opnieuw doen of doorstromen. Vervolgonderwijs zal deze leerlingen toelaten op basis van het overgangsbewijs naar het examenjaar.
    Leerling en school maken afspraken over de voorbereiding op het centraal examen. De school biedt ondersteuning waar mogelijk.
  9. Alle leerlingen waarover overeenstemming is om het examenjaar opnieuw te doen, doen het examenjaar opnieuw.
  10. Alle leerlingen die door gaan naar het vervolgonderwijs, krijgen een bijzonder certificaat van hun vo-opleiding met getuigschrift en crisisaantekening. 
  11. Einde schooljaar: voor alle leerlingen is het examenjaar ten einde. Indien leerlingen de komende maanden schoolwerk willen doen, spreken ze met school een werkwijze af. Dit is op vrijwillige basis.

Met dit voorstel zou er NU rust en duidelijkheid ontstaan voor leerlingen, onderwijsmedewerkers en vervolgopleidingen. Minstens zo belangrijk in deze onzekere crisistijd is de toekomstgerichtheid en het vertrouwenwekkende van deze werkwijze: jonge mensen kunnen verder met hun leven en het vervullen van hun wensen en dromen. Ook leerkrachten en andere onderwijsmedewerkers kunnen zich richten op hun gezondheid (minder stress) en de toekomst (het volgende schooljaar). De aanpak is persoonlijk: elke leerling heeft een persoonlijk gesprek. Deze aandacht is heilzaam voor leerling, leraar en ouder en crisis-gerelateerde problemen kunnen opgemerkt en zonodig verwezen worden. Leerlingen die liever een diploma wensen boven een getuigschrift kunnen deelnemen aan het centraal examen. Vervolgopleidingen weten tijdig het aantal eerstejaars. Bovendien kunnen ze zich vanaf nu voorbereiden op het samenstellen van programma’s waarmee leerlingen enige leerachterstand kunnen inlopen tijdens hun vervolgopleiding. De procedure van ‘overeenstemming’ is bewust gekozen om stressvolle en energievretende beroepsprocedures te voorkomen en in plaats daarvan vertrouwen uit te stralen.
Er bestaan geen crisismaatregelen zonder nadelen. De nadelen zijn mijns inziens beperkt en de voordelen groot.

Naast deze suggestie gaan er stemmen op voor andere aanpakken, bijvoorbeeld:

  • alle examenleerlingen krijgen hun diploma of
  • de leraren bepalen welke examenleerlingen hun diploma krijgen.

Aan beide aanpakken kleven nadelen die niet nodig zouden zijn. Als iedere leerling een diploma krijgt, vermindert dat de waarde van ieders diploma uit het coronajaar. Als leraren bepalen wie wel en niet een diploma krijgt, is de leerling te zeer afhankelijk van het menselijke oordeel van de leraar. Dat blijkt namelijk niet altijd even objectief te zijn, zo vertelt recent onderzoek van bijvoorbeeld de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering (2018) en oudere onderzoeken bekend onder de naam Pygmalion.

Onderbouwing, cijfers en data

Onderdelen eindexamens
Eindexamens voor het vmbo, havo en vwo bestaan uit een schoolexamen en een centraal examen. Het schoolexamen is schoolspecifiek. Scholen richten dit zelf in met een Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Het schoolexamen kan uit allerlei opdrachten en toetsen bestaan. Het centraal examen is landelijk en voor alle leerlingen van dezelfde schoolsoort gelijk. De leerling moet het schoolexamen hebben afgerond voordat het mag deelnemen aan het centraal examen. Het centraal landelijk examen is meestal schriftelijk. In het vmbo kan het ook een praktisch deel bevatten. Het beroepsgerichte profielvak wordt namelijk afgesloten met een centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe). Dit cspe bestaat uit vaktheoretische vragen en een aantal praktische handelingen. Centrale examens dragen bij aan gelijke kansen en gelijke behandeling. Het centrale deel van het eindexamen maakt het examen vergelijkbaar voor leerlingen, ongeacht de school waar ze naartoe gaan. Daarnaast stelt het centraal examen een norm buiten de school: het basisniveau wordt daarmee gewaarborgd. (Bron: Een volwaardig schoolexamen, Rapport van de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering).  

Kwaliteit van de examens
Zoals uitgelegd, bestaan examens grofweg uit een schoolexamen en een landelijk examen. Over de kwaliteit van de schoolexamens is recent veel te doen geweest. In 2018 kwamen ernstige tekortkomingen aan het licht bij de schoolexamens van vmbo Maastricht. Naar aanleiding hiervan is er onderzoek gedaan door de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering. De uitkomsten staan in het rapport ‘Een volwaardig schoolexamen’. De commissie komt tot een aantal conclusies: “In het huidige systeem is de deugdelijkheid van de schoolexamens onvoldoende gegarandeerd. Als de examinering op een school niet goed verloopt, dan wordt dit onvoldoende gecorrigeerd. De commissie stelt vast dat als er dingen misgaan, de keten die de kwaliteit moet borgen – directeuren, schoolbesturen en inspectie – te weinig corrigeert. Een laatste kwetsbaarheid hangt samen met de (te) geringe belangstelling voor de schoolexaminering van schoolleiders en bestuurders: scholen hanteren een informele werkwijze. De positie van de examensecretaris is niet sterk genoeg en de verdeling van taken en bevoegdheden is vaak niet helder. Tot slot beschikken docenten en examensecretarissen niet vanzelfsprekend over de benodigde toetsdeskundigheid”.

Op het centraal examen bestaat ook kritiek, zo zou het het onderwijsaanbod versmallen. “Het centraal examen in het voortgezet onderwijs, dat vernauwt het onderwijs enorm” of “Nee, het centraal examen zorgt voor kansengelijkheid en doorstroomrecht”, zeggen anderen. Uit het weblog van Fije Hooglandt, strategisch inspecteur Onderwijsinspectie.

Als er gekozen moet worden tussen het school- of het centraal examen wijst de beschikbare kennis in de richting van het centraal examen, vanwege de waarderings- en kwaliteitsverschillen tussen beide examensoorten.

Tijdstippen centrale examens
Er zijn drie vaste tijdvakken om deel te nemen aan het centraal examen. Het vmbo-bb en vmbo-kb kunnen op flexibele momenten (digitaal) worden afgenomen.
1e tijdvak: 07-05 tot en met 25-05-2020
2e tijdvak: 15-06 tot en met 18-06-2020
3e tijdvak: 11-08 tot en met 20-08-2020
Het 2e en 3e tijdvak zijn korter omdat er minder leerlingen aan deelnemen.
(Bron: https://www.examenblad.nl/onderwerp/tijdvakken-centrale-examens/2020)
Deze tijdvakken zijn al georganiseerd en de examens liggen klaar. Indien door het virus een tijdvak uitvalt, dan is het organisatorisch het meest handig om aan te sluiten bij de andere bestaande tijdvakken. Zo nodig kunnen er nog een of twee tijdvakken ingericht worden. Dat kan relatief eenvoudig in de herfstvakantie. De examens zijn al klaar (1e tijdvak is niet gebruikt); het is in te passen in het vervolgonderwijs en er is ruimte in gebouwen (vakantie). Zo nodig worden de tijdvakken iets uitgebreid, afhankelijk van het aantal aangemelde deelnemers (dat aantal is bekend na de gespreksronde van de driegesprekken met alle leerlingen).

Aantal eindexamenkandidaten
Jaarlijks doen ruim 200.000 leerlingen eindexamen. In 2019 waren het 212.000 kandidaten. 
In mijn voorstel zal een aanzienlijk deel geen eindexamen meer doen.

Hoeveel leerlingen zakken jaarlijks
Slagingspercentages 2019 (bron: Onderwijs in Cijfers)
vwo                 : 91,9
havo                : 88,1
vmbo-gt          : 92,5
vmbo-kb         : 95,2
vbbo-bb          : 97,8

Van alle examenkandidaten doet ongeveer 20% vwo-examen, 29% havo en 52% vmbo. In aantallen waren dat in 2019: 42.000, 62.000 en 112.000 leerlingen. (Bron: Volkskrant.)
Van de vwo-leerlingen zouden dus ongeveer 3.402 leerlingen zakken. Van de havo-leerlingen 7.378 en van de vmbo-leerlingen 5.376 leerlingen. Totaal ruim 16.000 leerlingen.
Het aantal leerlingen dat ‘onterecht’ doorstroomt naar een vervolgopleiding zal zeer beperkt zijn. Het gaat namelijk alleen om die leerlingen waarmee geen overeenstemming is over ‘door naar vervolgonderwijs’ én die gezakt zijn in het ‘nieuwe’ eerste tijdvak (in juni of augustus) én die niet alsnog het examenjaar opnieuw willen doen. Deze leerlingen beginnen dus aan het vervolgonderwijs en gaan nog herexamen doen in de herfstvakantie of op een ander moment. Tegen het licht van de crisis waarin we verkeren lijkt me dat een aanvaardbaar risico voor school en leerling.

Waarde van diploma’s
Voor leerlingen zijn diploma’s een paspoort naar hun toekomst. De eerdergenoemde Commissie Kwaliteit Schoolexaminering beschrijft dit als volgt: Het diploma van het voortgezet onderwijs vervult een belangrijke rol in het Nederlandse onderwijsstelsel. In vergelijking met andere landen heeft het een belangrijk civiel effect: vervolgopleidingen, werkgevers en de overheid kunnen vertrouwen op het niveau dat bij het diploma hoort. Aan het diploma kunnen rechten worden ontleend. Een vmbo-diploma geeft in beginsel toegang tot mbo en havo; een havo- diploma tot hbo en vwo; en een vwo-diploma geeft toegang tot hbo en universiteit (Sanders, 2017). Vervolgopleidingen kunnen evenwel aanvullende eisen stellen. 

Belangrijk om ons te realiseren is dat een vmbo-diploma géén startkwalificatie is. Leerlingen móeten na het vmbo verder studeren. Voor hen is het diploma alleen een paspoort naar een vervolgopleiding, niet naar werk. Als startkwalificatie gelden: vanaf mbo-2, havo en vwo. Havo en vwo-leerlingen kunnen na hun middelbare school gaan werken, maar vrijwel iedereen gaat verder studeren aan mbo, hbo of wo al dan niet na één of meerdere tussenjaren. Dus ook voor hen is het diploma vooral een paspoort naar een vervolgopleiding.

Een diploma van een beroepsopleiding waarborgt voor werkgevers en samenleving een bepaalde bekwaamheid. Een verpleegkundige met een mbo4-opleiding mag bijvoorbeeld zelfstandig een maagsonde inbrengen. Het belang van het diploma is dan zonder twijfel: het moet garanderen dat de diplomahouder de handeling bekwaam kan uitvoeren. Een diploma van havo of vwo functioneert anders. Deze diploma’s waarborgen geen specifieke, risicovolle bekwaamheden. Ze geven vooral een niveau aan van algemene ontwikkeling en niveau. 
In mijn voorstel is het in uitzonderlijke situaties mogelijk dat leerlingen beginnen aan de vervolgopleiding zonder voldoende vooropleidingskennis. Het daarmee gepaard gaande risico lijkt me klein. Hooguit halen deze leerlingen niet het vervolgonderwijs. Het is niet zo dat onbekwame mensen toetreden tot beroepen waarvoor bekwaamheid vereist is. Deze doorstroomprocedure is overigens thans al afgesproken voor doorstromers van mbo naar hbo. In mijn voorstel is het niet mogelijk om met een ‘onverdiend’ diploma te kunnen toetreden tot de arbeidsmarkt.