Corona: kinderen moeten naar school

Er is maar één vraag: hoe kunnen de scholen veilig open voor onderwijs aan alle kinderen. Het is wat mij betreft niet de vraag ‘scholen open of dicht’.
Onderstaand blog schreef ik in oktober 2020. Toen werd gesproken over ‘scholen sluiten of openlaten’. De scholen bleven open maar half december sloten ze alsnog. Het is nu half januari. Vanwege virusmutaties gaat de lockdown misschien nog maanden duren. Voor kinderen is dat dramatisch, onacceptabel. Er is een alternatief: veilig open. Hoe? Halveer de klassen en benut de tijd die er is. Het kan. Hieronder een uitgewerkt voorbeeld. Ga er even voor zitten en geef jezelf de tijd om je een ander beeld te vormen dan de bekende school van ‘met 28 in de klas en een bel om 8.30 uur’.

Het voorbeeld is gebaseerd op de werkelijke gegevens van een basisschool met 230 leerlingen, 16 leerkrachten (11 fte) en 9 groepen. Uitgangspunt is fysiek onderwijs voor alle leerlingen, op een aanvaardbaar veilige manier. Ik ga ervan uit dat er meer (ziekte)verzuim is van leraren en er nauwelijks vervanging is. Tevens ga ik ervan uit dat een deel van de leerlingen de opgelopen achterstanden van het voorjaar nog niet heeft ingelopen.

Dit zijn de contouren van een aangepast schooljaar in tekst, hier vind je een excel-sheet met een uitwerking in cijfers.

Contouren:

  • Het is crisis en die duurt lang. Honderduizenden kinderen ondervinden schade door sluiting van de scholen. Scholen moeten veilig open zodat we schade voor kinderen kunnen beperken.
  • Al duurt de crisis al tien maanden, er is nog geen corona-veilig onderwijs ontworpen. Corona-veilig betekent: 1,5m afstand tussen iedereen, max. 30 in één ruimte en goed ventileren.
  • Corona-veilig onderwijs kán maar vraagt grove ingrepen in de schoolorganisatie: Andere openingstijden voor leerlingen en een andere werkindeling voor leerkrachten. Maar het kan. En als het kan, moeten we het doen.
  • Het aantal lesuren van de leerlingen op de basisschool gaat omlaag van 940 tot 645 uur. Feesten en extra activiteiten worden geschrapt. Het onderwijs concentreert zich op de kernvakken en er wordt maximaal gestandaardiseerd gewerkt. Dit betekent vooral benutting van bestaande methodes en lesmateriaal. Welke lessen wel en niet doorgaan, kan ingevuld worden in het betreffende tabblad van de excelsheet (zie de link naar de cijfermatige onderbouwing). Onder kernvakken versta ik ook gym.
  • Leerlingen hebben les in halve groepenhalve dagen, 5 dagen per week, 43 weken per jaar. Hierdoor zijn er 50% minder leraren en leerlingen tegelijkertijd in het schoolgebouw/in de lokalen en op het schoolplein. Ook de concentratie van ouders op en rond het schoolplein wordt gehalveerd. Door de halve dagen onderwijs is tevens het pauzeprobleem (met extra kans op besmettingen) opgelost. De meeste schoolgebouwen en buitenruimtes zullen groot genoeg zijn om hiermee te voldoen aan de 1,5m afstand.
  • Reisbewegingen zijn volgens mij nauwelijks een bezwaar bij basisschoolleerlingen. Bijna alle kinderen wonen vlakbij school en er wordt zelden gebruik gemaakt van openbaar vervoer. Dagelijks naar buiten om te wandelen of fietsen is alleen maar gezond en wordt zelfs gestimuleerd door onze premier. Dus beter dagelijks naar school en kortere lesdagen. Beter voor het leren, meer beweging, dagelijkse structuur en geen lunchpauzes op school.
  • De lesblokken zijn bijvoorbeeld van 8.30 tot 11.30 uur en van 12.30 tot 15.30 uur.
  • Op deze wijze kan er voldoende afstand worden gehouden, tussen leraren en leerlingen en tussen leerlingen onderling. Als er nog teveel mensen in een ruimte zijn, kan er gewerkt worden met drie tijdsblokken per dag. Bijvoorbeeld van 8.15 tot 11.00 uur, 11.45 tot 14.30 uur en 15.15 tot 18.00 uur. Ik ga nu even uit van twee tijdsblokken op een dag.
  • Leerkrachten geven zoveel mogelijk hetzelfde lesblok 2x. Per dag of op verspringende dagen, er zijn meer varianten mogelijk. Dit is efficiënt wat betreft de voorbereiding. 
  • Lesblokken worden dus 2x gegeven en er wordt zoveel mogelijk gestandaardiseerd. In die omstandigheid is een opslagpercentage van 25 acceptabel tijdens de crisis (in plaats van het gangbare 35-45). Voor de niet-ingewijden: een voltijds leraar werkt 1659 uur per jaar. Daarvan geeft hij 940 uur les. Om die lessen voor te bereiden en na te werken/kijken is er tussen 329 en 423 uur beschikbaar. Dit wordt het opslagpercentage genoemd (35-45% van de lestijd).
  • Tussen de lesblokken zit een uur. Hierin hebben leerkrachten een half uur pauze + een half uur om het volgende lesblok voor te bereiden. Dit uur is ook voldoende voor schoonmaak (door schoonmaakbedrijf).
  • Medewerkers uit andere sectoren worden ingezet – waar pedagogisch verantwoord – om kinderen te begeleiden van de ingang van het gebouw tot het lokaal, met desinfecteren van handen onderweg, en weer naar buiten. Hierbij denk ik aan pedagogisch medewerkers uit de kinderopvang (die voor een groot deel is gesloten thans), evenementenbranche en horeca. Deze medewerkers kunnen ook ouders te woord staan, buiten het gebouw, vanwege de veiligheid.
  • Schooltaken van leraren worden zoveel mogelijk geschrapt, evenals uren voor professionalisering, duurzame inzetbaarheid en onderwijsontwikkeling. Niet ideaal, maar het is crisis. In het uitgewerkte school-voorbeeld (zie de excelsheet) is er voor de hele school 433 uur over voor noodzakelijke schooltaken. Welke dat moeten zijn, kan worden ingevuld in de betreffende tab. 
  • Het jaar wordt verdeeld in 4 perioden van ongeveer 10,5 week onderwijs (totaal de eerder genoemde 43 weken). Tussen de lesperioden zijn er telkens 2 collectieve werkdagen waarop alle leerkrachten (digitaal) aanwezig zijn. Tijdens deze werkdagen wordt het onderwijs van de afgelopen periode geëvalueerd en wordt de volgende periode helemaal voorbereid, inclusief waar nodig de individuele leerplannen (handelingsplannen). Hierdoor kan de leerkracht zich tijdens de onderwijsweken volledig richten op het onderwijs en de leerlingen (minder versnippering).
  • Leerlingen blijven 5 dagen per week naar school gaan en het aantal weken neemt iets toe tot 43. Dit waarborgt zoveel mogelijk een regelmatige dagstructuur en het leren van kinderen wordt voldoende gespreid over de tijd.
  • Leerlingen die een achterstand hebben opgelopen, kunnen eventueel hetzelfde lesblok voor een tweede keer volgen.
  • Leraren geven op deze wijze maximaal 6 uur les per dag. Deze lessen zijn allemaal fysieke lessen. Er is geen combinatie meer nodig met online-lessen. Hooguit in hybride-vorm (camera in de klas) voor kinderen die niet naar school kunnen komen vanwege ziekte, quarantaine of ter bescherming van kwetsbare huisgenoten.
  • In de cijfermatige onderbouwing is uitgegaan van een ziekteverzuim van leraren van 12% waarbij 10% niet wordt vervangen.
  • Tot slot is het hoopvol dat er kindvriendelijke sneltesten beschikbaar zijn. In Oostenrijk bijvoorbeeld kunnen alle kinderen zich elke maandagochtend thuis testen op een kindvriendelijke manier (wattenstaafje voorin de neus). De combinatie van afstand houden + sneltesten is natuurlijk nog veiliger.
  • Thans vindt er noodopvang plaats op scholen. Als scholen op de geschetste manier zouden openen, is het logisch om noodopvang (weer) onder te brengen bij de kinderopvang, voor zover nodig. Dan ‘klopt’ het plaatje weer, doet iedereen waar zij goed in is en wordt belasting van beroepsgroepen evenrediger verdeeld.

Met deze uitgangspunten is een haalbaar en houdbaar schooljaar te ontwerpen, zoals blijkt uit de urenbegroting van de voorbeeldschool (klik op de link boven de bullits).

Het voortgezet onderwijs zit anders in elkaar maar ook hier zijn vergelijkbare ontwerpen voor te maken.