Het gaat om de kinderen …

Portretten van leerlingen van De School 

  • Ernstig ziek
    Cato van 8 jaar heeft taaislijmziekte. Elke ochtend komt iemand van Thuiszorg haar verzorgen. Haar sondevoeding neemt behoorlijk wat tijd. Als de schooldag stipt om half 9 zou beginnen, zou de wekker thuis om 6 uur moeten afgaan. Op De School kan Cato tot 10 uur binnenkomen. En als het verzorgen eens uitloopt, mist Cato niets. Dan belt ze naar school en gaat om 12 uur aan de slag met haar dagprogramma. Dit brengt rust in het gezin. Wanneer Cato naar het ziekenhuis moet voor controle of een dagbehandeling, pakt ze haar schoolwerk de dag erna weer op. Zo krijgt ze alle leertijd die ze nodig heeft, zonder onnodig gestress.
    Afgelopen voorjaar was Cato levensbedreigend ziek, ze lag zes weken in het ziekenhuis. Na haar herstel is het gezin eerst een weekje samen op vakantie gegaan om bij te komen. Eind mei is Cato weer rustig aan begonnen op school.
    Op een gewone school zou Cato door deze ziekteperiode een jaar hebben moeten overdoen, nu kon zij tijdens de zomer gewoon verder waar ze gebleven was.
  • Extra schooljaar
    Isabel kwam van een andere school, ze heeft dyslexie. Zij is jarig in september en zou dus 12 worden op de middelbare school. Haar CITO-eindtoets gaf een resultaat op kaderniveau vmbo.
    Isabel wil graag aan de slag in de modebranche; daarvoor heeft ze havo nodig. Ze koos ervoor om een extra jaar op De School te blijven, waarin ze heel gericht gewerkt heeft. Aan het eind van dat jaar haalde ze een CITO-score op havo-/vwo-niveau.
    Of een kind een ‘vroege’ of een ‘late’ leerling is, kan de schoolloopbaan behoorlijk beïnvloeden. De School heeft geen leerstofjaarklassensysteem; daardoor kan een kind desgewenst een extra jaar benutten, zonder ‘te blijven zitten’ of ‘een jaar over te doen’. Dit kan aanzienlijke winst opleveren.
  • ADHD
    Ischa van 10 heeft ADHD, hij heeft erg veel moeite zich te concentreren. Door de vijf leerplangesprekken per jaar, waarin hij, zijn ouders en de leerkracht kennis en ervaringen delen en bundelen, wordt zijn zelfkennis versterkt. Ischa krijgt steeds meer grip op wat hij nodig heeft om prettig te kunnen werken. Hij plant nu zelf zijn dagen en vult ze in zoals goed is voor hem: hij begint na binnenkomst met lezen, om even in te tunen op de schoolomgeving. Rekenen is voor Ischa het lastigst qua concentratie. Hij rekent daarom een tijdje in de ochtend en een tijdje in de middag. Hij weet steeds beter wat hij nodig heeft en wanneer hij hulp moet vragen. Ischa krijgt zo steeds meer zelf de regie over zijn leven.
    ADHD is niet te veranderen, maar Ischa heeft wel geleerd ermee om te gaan en gebruik te maken van zijn sterke kanten. Een van die sterke kanten is dat hij snel opmerkt of andere kinderen het moeilijk hebben. Hij biedt zo’n kind dan zijn hulp aan en stelt het op z’n gemak.
  • Gebrek aan zelfvertrouwen
    Brian van 12 heeft dyslexie, hij komt van een andere school. In groep 3 was hij blijven zitten, twee jaar later las hij nog steeds op het niveau van midden-groep 3. Hij vond zichzelf dom en koos in het begin altijd voor de makkelijkste opdrachten; zo weinig zelfvertrouwen had hij. Nu leest hij nog steeds weinig, maar is wel vastbesloten om een baan te krijgen met computers; hij wil geld verdienen. Op De School doet hij via de computer de bestellingen voor de gezamenlijke lunch. Als de vrachtwagen ’s morgens om 8 uur het eten komt afleveren, is Brian aanwezig om te helpen uitladen en te controleren of alles klopt.
    Als hij snapt waar hij het voor doet, is hij een harde werker. Het heeft een paar jaar geduurd om zijn draai te vinden. Hij wil nu een jaar extra op school blijven.
    Toen het niet goed ging op zijn vorige school, kreeg Brian het advies om naar het speciaal onderwijs te gaan. Nu wordt het waarschijnlijk vmbo-kader.
    Van de 125 kinderen die alles bij elkaar onderwijs hebben (gehad) op De School, zijn er nu 17 naar het voortgezet onderwijs gegaan, geen van hen ging naar het voortgezet speciaal onderwijs (stand 2013).
  • Bovengemiddeld slim
    Simone kwam als 8-jarige naar De School, nadat zij op haar vorige school haar leermotivatie helemaal was kwijtgeraakt. Haar ouders vermoedden dat ze onderpresteerde, de leerstof niet uitdagend genoeg was en ze vroegen om meer. De leerkracht vond dat Simone niet liet zien dat ze meer aan zou kunnen. Bij een test bleek zij hoogbegaafd te zijn.
    Op De School kon Simone laten zien wat ze in huis had. In haar persoonlijke leerplangesprekken gaf zij aan met welke eigen onderzoeksvragen zij binnen het thema aan de gang wilde. Ze legde de lat daarbij behoorlijk hoog. Verder kreeg – en nam – zij een flinke rol bij de eindpresentaties van thema’s. Haar leerkracht suggereerde voor Simone de rol van gastdocent bij de jongere kinderen. Samen met een leerkracht bereidde ze lessen voor en gaf die daarna ook. Zo werd zij tegelijkertijd inhoudelijk uitgedaagd en ingezet als expert, waarbij haar ‘juf’-kwaliteit werd aangesproken. Zo werd Simone weer gemotiveerd om haar capaciteiten te gebruiken.
    In de tienwekelijkse persoonlijke leerplangesprekken werd aangekaart dat ook rekentoetsen erbij horen in het onderwijs, die worden in deze maatschappij nu eenmaal belangrijk gevonden. En dan werd besproken hoe Simone dacht dat aan te pakken.
    Als je maatwerk-onderwijs levert, maakt het niet uit hoe snel een kind leert; binnen het thema kan elk kind op het eigen niveau werken en de eigen kwaliteiten benutten. Zo is het ook niet nodig dat bovengemiddeld slimme kinderen een klas overslaan of heel jong naar het voortgezet onderwijs vertrekken.
  • Spierziekte
    Torsten 10 jaar, heeft een spierziekte waardoor zijn belastbaarheid beperkt is. Hij is een jongen met veel capaciteiten die voorheen op een cluster 2 school zat. Omdat hij graag regulier middelbaar onderwijs op vwo-niveau wil gaan volgen en een grote interesse heeft voor de wereld om zich heen, is hij bij ons op school gekomen. Hij komt vlak voor 10 uur op school omdat hij ’s morgens veel tijd nodig heeft om op te starten; tussen 13 en 14 uur heeft hij een rustuur waarin hij zich terugtrekt met een themaboek en gaat lezen. Afhankelijk van zijn pijncijfer is dat rustuur korter of langer. Zo nodig neemt hij ook nog een pijnstiller. Hij blijft tot 16 of 17 uur op school omdat het dan rustiger is. Elke week schrijft hij zich een paar keer in voor één op één tijd met de leerkracht. Dat kan omdat er ’s middags meer leerkrachten zijn en dus meer tijd voor individuele leerlingen. De leerkracht geeft hem individuele instructie en helpt hem met zijn planning en past indien wenselijk zijn werk(week) aan.
    Als ze naar de gym gaan, gaat hij op zijn elektrische fiets – doordat hij nu in zijn eigen dorp op school zit, kan hij op zijn elektrische fiets naar school wat erg goed is voor de conditie van zijn spieren.
    Tijdens de diverse thematische gastlessen na 14.00 uur heeft hij kennis gemaakt met de schermsport en die blijkt goed bij hem te passen. Dit doet hij nu ook in zijn vrije tijd en daar kan hij zijn schooltijden op aanpassen. Daarvoor was dat lastig te regelen omdat hij laat thuis was van school in verband met leerlingenvervoer naar het speciaal onderwijs. Bij excursies gaat zijn rolstoel mee. De kinderen van zijn groep houden hier rekening mee en helpen hem waar nodig. Zo leren kinderen omgaan met verschillen (inclusieve samenleving/burgerschap).
  • Uithuisplaatsing
    Marit, 7 jaar, heeft een moeilijke thuissituatie, een heftig verleden en er is via meerdere instanties hulp in het gezin. Doordat de ouders het tijdelijk niet aankunnen, wordt er een vrijwillige uithuisplaatsing geregeld. De pleegouders wonen in een andere gemeente (25 km verderop) en kunnen niet het vervoer van Marit naar en van school regelen. Marit zou van school moeten veranderen, tijdelijk, in de toch al moeilijke situatie. Door meerdere gesprekken (10-weekse gesprekken) met school, ouders en hulpverlening en de mogelijkheden van de school met ruime en flexibele tijden kan Marit tot 18 uur op school blijven en tot 10 uur worden gebracht. De School zorgt ervoor dat er vervoer geregeld wordt door een ander gezin van de school (wat een ouderbetrokkenheid!).
    Deze eenvoudige voorziening: leerlingenvervoer voor 2x 25 km per dag gedurende 6 weken, bleek niet te regelen via jeugdzorg-instanties. Een tijdelijke verandering van school zou voor Marit in haar toch al moeilijke situatie tot groot extra leed hebben geleid.
    Doordat we dit zelf hebben geregeld kon Marit in november/december – met alle eindejaarsfeesten – gewoon op haar vertrouwde school blijven en meedoen met de festiviteiten samen met haar eigen groep en leerkrachten.
  • Gescheiden ouders
    De ouders van Nestor gaan scheiden. Zij bespreken dit ook in het 10-weekse gesprek. Doordat deze gesprekken elke 10 weken gehouden worden, is hier voldoende vertrouwen voor. Er wordt besproken hoe dat het ‘beste’ voor Nestor kan worden geregeld. Afgesproken wordt dat de ouders het in het weekend vertellen en dat het team op de hoogte is en hem maandag kan opvangen, tijd voor Nestor kan maken als dat wenselijk is. Besloten wordt dat Nestor voorlopig lange dagen naar school gaat. Hij voelt zich daar prettig, thuis is het nu niet fijn en zo hebben zijn ouders ruimte en tijd om oplossingen te bedenken voor hun problemen. Op school is er extra tijd voor hem in de middag en de leerkracht met wie hij het beste contact heeft, gaat ’s middags met hem aan de slag. Als hij een tekening heeft gemaakt over de scheiding en hoe de nieuwe situatie er voor hem uit komt te zien is daar tijd en aandacht voor en wordt dit ook besproken met de ouders in het 10-weekse gesprek. Doordat er tijd genoeg is, kan er besloten worden om het “school”werk even op een laag pitje te zetten en de prioriteit te leggen bij zijn welbevinden en verwerking/aanpassing aan de veranderde situatie. Als ouders zaken moeten regelen, kunnen ze dat doen als Nestor lekker op school is. Zij hoeven geen andere opvang of oplossingen in de middag of de schoolvakanties te regelen. Voor Nestor blijft de school zijn vertrouwde en onveranderde, veilige plek.

Deze portretten zijn van leerlingen die De School hebben bezocht sinds 2008. De eerste vijf zijn opgetekend door Carla Desain (@carlamondig) voor publicatie in het blad De Nieuwe Leraar.